2068

Aardgaswinning E18-A

Wintershall Noordzee B.V. heeft het voornemen om op de Noordzee vanaf satellietplatform E18-A een aardgasveld te ontginnen in blok E18 van het Nederlandse deel van het continentaal plat.

Het gewonnen gas zal via een (nog aan te leggen) pijpleiding naar het bestaande productieplatform F16-A worden getransporteerd en vervolgens via de bestaande pijpleiding naar Uithuizen in Groningen worden vervoerd.

Hoofdpunten uit het advies

De startnotitie vormt een goede basis voor het opstellen van het milieueffectrapport (MER). De Commissie adviseert in het MER in ieder geval aandacht te besteden aan  een beschrijving van de emissies naar lucht en water ten gevolge van de gasproductie en eventueel aanvullende boringen. Verder adviseert zij  een beschrijving van de gevolgen voor de natuur van geluid- en lichtemissies tijdens de aanleg en exploitatie van het satellietplatform weer te geven. 

De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie in het MER aanwezig is om het milieu een volwaardige plaats te kunnen geven bij de besluitvorming over de vergunning.

De informatie maakt inzichtelijk welke milieueffecten te verwachten zijn bij gebruik van het onbemand platform. Tijdelijke effecten zijn te verwachten als gevolg van de aanleg van het platform en de leiding naar het platform. Het MER maakt inzichtelijk dat negatieve effecten op (trek)vogels ontstaan tijdens het affakkelen. Hiervoor kunnen mitigerende maatregelen worden getroffen.

Samenstelling van de laatste werkgroep

ing. Wim Been

dr. Norbert Dankers

prof. ir. van der Vuurst de Vries

voorzitter

drs. Leni van Rijn-Vellekoop

werkgroepsecretaris

ir. Corrie Smit

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Initiatiefnemer

Wintershall Noordzee B.V.

Laatste advies uitgebracht op

24 september 2008