Pieter Jongejans
werkgroepsecretaris
Omrin/Afvalsturing Friesland NV heeft het voornemen om een reststoffenenergiecentrale (REC) op te richten aan de Industriehaven te Harlingen en vraagt daarvoor een vergunning op grond van de Wet Milieubeheer aan bij de Provincie Fryslan. De centrale krijgt een capaciteit van meer dan 100 ton per dag.
Richtlijnenadvies
Het doel van de REC is de thermische conversie van middelcalorische afvalstoffen op een bedrijfseconomische en milieuhygiënisch verantwoorde wijze. In het richtlijnenadvies heeft de Commissie gevraagd de locatiekeuze goed te onderbouwen en verder vooral aandacht te besteden aan energierendement, emissies ten gevolge van de installaties en mogelijke effecten op de Waddenzee.
Toetsing van het MER en aanvulling daarop
Bij de toetsing van het MER constateerde de Commissie enkele essentiële tekortkomingen ten aanzien van luchtkwaliteit (emissies), het meest milieuvriendelijk alternatief en de samenvatting van het MER. Ook vond de Commissie het MER onvoldoende leesbaar en transparant voor belanghebbenden en besluitvormers.
Naar aanleiding van haar vragen heeft de Commissie via het bevoegd gezag aanvullende informatie ontvangen die is betrokken bij de toetsing.
Hoewel de aanvulling meer informatie biedt, vindt de Commissie dat nog altijd essentiële informatie ontbreekt over:
Daarnaast vindt de Commissie het MER inclusief de aanvulling nog altijd onvoldoende leesbaar en transparant. Zo zijn er verschillende begrippen gebruikt voor de te verwachten emissies, waardoor de betekenis en de status van deze begrippen voor de lezer onduidelijk zijn. De Commissie adviseert het besluit over de vergunning pas te nemen als de ontbrekende informatie beschikbaar is.
Aanvullende toetsing van MER en aanvullingen
De tweede aanvulling op het MER is, inclusief de eerdere aanvulling en een aangepaste samenvatting, ter visie gelegd op 17 maart 2008. Naar aanleiding daarvan heeft de Commissie om een toelichting gevraagd op de vergelijking van rookgasreinigingstechnieken. Deze toelichting is gegeven in een memo d.d. 6 mei 2008.
De Commissie concludeert dat de essentiële informatie voor de besluitvorming aanwezig, mits de interpretatie van de gehanteerde termen voor emissiewaarden door de Commissie juist is. Door de gekozen methodiek om alternatieven te vergelijken (op basis van "worst case emissiewaarden") ontstaat het beeld dat de REC in alle alternatieven leidt tot hogere emissies dan bij vergelijkbare installaties (AVI's) in Nederland. De werkelijk te verwachten emissies komen echter overeen met zogenaamde "streefwaarden". Het MER, de vergunningaanvraag en de vele aanvullingen leiden tot versnippering van informatie, waardoor de onduidelijkheid voor belanghebbenden is toegenomen.
De Commissie doet in het aanvullend toetsingsadvies een aantal aanbevelingen, waaronder:
Aanvullende toetsing van de samenvatting van het MER
Op verzoek van Gedeputeerde Staten heeft de Commissie een toetsingsadvies uitgebracht over de nieuwe samenvatting van het MER, versie juli 2008. Daarin concludeert de Commissie dat de samenvatting eenduidig inzicht biedt in de gehanteerde emissiewaarden en de betekenis daarvan voor de vergunningaanvraag.
Toetsing van aanvullende milieuinformatie
Op 13 januari 2010 heeft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de Wm-vergunning vernietigd. Naar aanleiding hiervan is een aanvulling op de Wm-vergunningaanvraag ingediend met aanvullende milieuinformatie. Het bevoegd gezag heeft de Commissie gevraagd om te beoordelen of deze aanvullende informatie leidt tot andere conclusies dan in eerdere toetsingsadviezen genoemd.
De Commissie constateert dat de aanvullende informatie niet leidt tot andere conclusies dan genoemd in de eerdere toetsingsadviezen. Nieuwe berekeningen voor luchtkwaliteit en geurhinder laten slechts geringe verschillen zien met de resultaten uit het MER.