Initiatiefnemer Vopak Oil EMEA heeft het voornemen om een nieuwe lage doorzetterminal, met een opslagcapaciteit van 2.760.000 m3, voor de opslag van strategische voorraden vloeibare olieproducten, in het westelijke deel van de Eemshaven, aan de zuidwestzijde van de Julianahavenlaan te realiseren.
Ten behoeve van de vergunningaanvraag Wet milieubeheer (Wm) en Wet verontreinigingen oppervlaktewateren (Wvo) is een milieueffectrapport opgesteld. De provincie Groningen is bevoegd gezag voor de Wm-vergunning en Rijkswaterstaat Noord-Nederland en/of het Waterschap Noordzijlvest voor het activiteitenbesluit.
Hoofdpunten uit het advies
De commissie adviseert in het MER de nadruk te leggen op:
- een kwantitatieve beschrijving van de milieueffecten: externe veiligheid, luchtkwaliteit, scheepvaart en nautische veiligheid, en natuur;
- het meest milieuvriendelijke alternatief op basis van de meest milieuvriendelijke combinatie van technische uitvoeringsvarianten;
- een duidelijke beschrijving van de autonome ontwikkeling en andere relevante geplande activiteiten in de Eemshaven;
- de gevolgen op de instandhoudingsdoelen van de Waddenzee.
Het MER brengt de gevolgen van de verschillende alternatieven voor de externe veiligheid, scheepvaart en natuur compleet en overzichtelijk in beeld. De aan de opslagterminal verbonden risico’s van aanvaringen en de mogelijke gevolgen daarvan worden duidelijk in beeld gebracht. Het MER laat zien dat de kans op een olielekkage ten gevolge van vaaractiviteiten door Vopak zeer klein is.
De beschikbare capaciteit om een olieverontreiniging te bestrijden is na het uitvoeren van de opslagterminal, met name in het Eems-Dollard gebied, mogelijk onvoldoende. De Commissie adviseert hierover met de verantwoordelijke instanties in overleg te treden.