1607

Meestoken van biomassa in de Centrale Gelderland in Nijmegen door Electrabel

Electrabel Nederland n.v. (initiatiefnemer) heeft het voornemen om in de kolengestookte eenheid 13 van de Centrale Gelderland in Nijmegen (CG13) jaarlijks 8 PJ biomassa te gaan meestoken.

Hoofdpunten uit het advies

Voor het voornemen is een revisievergunning Wet milieubeheer van Gedeputeerde Staten van Gelderland (bevoegd gezag) nodig. Ten behoeve van de besluitvorming over deze vergunningverlening is de procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) toegepast.

Al eerder (2002) heeft de provincie Gelderland een revisievergunning aan Electrabel verleend waarmee het stoken van biomassa in de Centrale Gelderland mogelijk werd gemaakt. Hiervoor was een m.e.r.-procedure doorlopen. De vergunning is echter door de Raad van State vernietigd.

In het richtlijnenadvies beschouwde de Commissie de volgende punten als essentiële informatie in het milieueffectrapport:

  • Het MER dient een onderbouwd kwantitatief inzicht te verschaffen in de emissies naar de lucht, zowel de jaarvrachten als de piekemissies;
  • Uit het MER dient te blijken welke bandbreedte aan milieugevolgen te verwachten is als gevolg van de denkbare brandstofpakketten, waaronder in ieder geval een gemiddeld en een worst case brandstofpakket;
  • Het MER moet duidelijk maken dat de installatie voldoet aan de IPPC-richtlijn.

In het toetsingsadvies concludeerde de Commissie dat de essentiële informatie in het MER en de aanvulling daarop aanwezig is om een besluit te kunnen nemen over de vergunning inzake de Wet milieubeheer.

Tijdens de toetsing heeft de Commissie kenbaar gemaakt dat het MER naar haar oordeel op het onderdeel natuur (ecologie) een essentiële tekortkoming bevat. Daarnaast bleek dat hoofdstuk 8 “Leemten in kennis en evaluatieprogramma” ontbrak. Naar aanleiding daarvan heeft de initiatiefnemer de ontbrekende informatie aangevuld.

Het MER inclusief aanvulling en de aanvraag revisievergunning Wet milieubeheer geven een voldoende duidelijke beschrijving van de voorgenomen activiteit, de beschouwde alternatieven en de effecten daarvan op het milieu. Hoewel de Commissie een tekortkoming ten aanzien van natuur constateerde is er in het algemeen sprake van een MER dat met grote zorgvuldigheid tot stand is gekomen.

Ten behoeve van de verdere besluitvorming beval de Commissie o.a. aan om:

  • Natuur; een aanvullend onderzoek te doen op het voorkomen van de vijf kwalificerende soorten in het Natura 2000-gebied die een akoestische verstoring kennen van meer dan 43 dB(A).  Hiermee moet met zekerheid gesteld worden of er wel of geen significante gevolgen zijn te verwachten.
  • Vervoersbewegingen in relatie tot massastroom; rekening te houden met de mogelijkheid van extra vervoersbewegingen per as en/of per schip.
  • Lucht; aandacht te besteden aan het acceptatiebeleid van biomassa in relatie tot energieverbruik en de ontwikkeling van de emissies fijn stof, SO2, HCl en HF.
  • BREF Waste Incineration; de mogelijkheden om in de praktijk concentraties van verontreinigingen in de biomassa te beperken door een acceptatiebeleid.

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. ir. Frank van den Aarsen

ing. Albert Dragt

drs. Sjef Jansen

ir. Willem Waqué

voorzitter

dr. ir. Gerrit Blom

werkgroepsecretaris

drs. Andor van Dijk

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Gelderland

Initiatiefnemer

Electrabel Nederland N.V.

Laatste advies uitgebracht op

19 januari 2007