1893

Gebiedsontwikkeling luchthaven Twente

Gebiedsontwikkeling van de voormalig militaire luchthaven Twente, met als doel een economisch sterker en duurzamer Twente.

Hoofdpunten uit het advies

Reikwijdte en detailniveau
De Commissie heeft in de richtlijnenfase geadviseerd:

  • Het besluitvormingsproces in kaart te brengen;
  • De probleemanalyse en projectdoelstelling te verbreden met economische ontwikkeling en gebiedsontwikkeling en daarbij een alternatief zonder burgerluchtvaart  als één van de mogelijke oplossingen uit te werken;
  • Werk alternatieven uit op 2 niveaus:
    • niveau 1, een plan-MER, met globale strategische uitwerking van alle alternatieven;
    • niveau 2, een besluit-MER, een nadere uitwerking van de geselecteerde haalbare alternatieven op een groter detailniveau;
  • Werk als strategische alternatieven op niveau 1 uit:
    • een doorstart van de burgerluchtvaart;
    • een herontwikkeling zonder luchtvaart;
  • Werk de gebiedsontwikkelingsactiviteiten verder uit op niveau 2.

Tussentijdse toetsing
De Commissie heeft  de eerste fase van het plan-MER getoetst en het oordeel van de Commissie is:

  • Het hoofdrapport ‘Een vliegwiel voor Twente’ en de bijlagen brengen het speelveld goed in kaart en maken op een heldere wijze de verschillende modellen en ontwikkelingsmogelijkheden van het gebied inzichtelijk.
  • Deze documenten bevatten voldoende informatie om een eerste selectie te kunnen maken tussen de modellen.
  • Met de keuze voor een vlekkenplan A en B (één alternatief met en één zonder luchtvaart) ziet de Commissie in de vervolgfase voldoende ruimte om de modellen verder te optimaliseren.
  • Op basis van de huidige globale informatie is het echter nog niet mogelijk om te beoordelen of de modellen realiseerbaar zijn binnen wet- en regelgeving

De Commissie adviseert, aanvullend op de richtlijnen, om in het plan-MER:

 

  • De gevolgen  van het interim-beleid in beeld te brengen.
  • Het gebruik van de multicriteria-analyse (MCA), de maatschappelijke kosten batenanalyse (MKBA), de GES Stad&Milieu-methodiek nader toe te lichten en rekening te houden met de kanttekeningen die de Commissie maakt bij het gebruik van deze methodieken.
  • De invulling van de vlekkenplannen nader te optimaliseren.
  • De milieueffectbeschrijvingen verder uit te werken.

Toetsing
De Commissie heeft het plan-MER en de aanvullende informatie over de variant met 2,4 miljoen passagiers getoetst. Het oordeel van de Commissie is dat de essentiële milieuinformatie voor de besluitvorming over de gebiedsontwikkeling aanwezig is.

Het MER en de achtergrondrapporten geven een breed inzicht in de effecten van de verschillende alternatieven:

  • Structuurvisie A zonder luchthaven.
  • Structuurvisie B, met luchthaven (1,2 miljoen passagiers).
  • Variant 2,4 miljoen passagiers gebaseerd op Structuurvisie B.

In de vergelijking op milieueffecten scoort A het beste, gevolgd door B en de variant met 2,4 miljoen passagiers.

De Commissie plaatst een aantal kritische kanttekeningen bij de informatie uit het plan-MER:

  • de gebruikte referentiesituatie, hierbij is geen rekening gehouden met de huidige uitgangssituatie waarin geen luchtvaart plaatsvindt;
  • de haalbaarheid van de alternatieven, omdat uit onderzoek blijkt dat deze niet zelfstandig financieel haalbaar zijn;
  • de aanleg van nieuwe infrastructuur ten behoeve van de gebiedsontwikkeling. Uit de studies blijkt dat de weginfrastructuur knelpunten vertoont, die door de structuurvisies worden versterkt. De noodzakelijke aanleg van nieuwe infrastructuur vormt geen onderdeel van de ontwerp-structuurvisie en de milieueffecten van inpassing zijn in dit stadium van besluitvorming nog niet volledig in beeld gebracht;
  • de beschrijving van de effecten op de leefomgeving, geluid en gezondheid. Deze gaat onvoldoende in op de hinderbeleving en effecten die optreden onder de wettelijk vastgestelde grenswaarden voor geluid en lucht;
  • de conclusies die worden getrokken over de gevolgen van atmosferische depositie, omdat hier volgens de Commissie significant negatieve effecten op de natuurlijke kenmerken niet zijn uit te sluiten;
  • de uitwerking van de maatschappelijke kosten-batenanalyse, omdat de baten voor beide structuurvisies te hoog zijn ingeschat.

De Commissie adviseert deze kritische kanttekeningen mee te nemen bij de besluitvorming over de gebiedsontwikkeling en het vervolgproces.

Voor een verdere toelichting op het oordeel en de kritische kanttekeningen zie het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r..

Samenstelling van de laatste werkgroep

prof. dr. Ben Ale

drs. Sjoerd Dirksen

Rik Herngreen

ir. Wim Keijsers

prof. dr. Wim Passchier

dr. Sytze Rienstra

ir. Rudolf Johannes Ummels

ir. Kjeld Vinkx

voorzitter

drs. Marieke van Rhijn

werkgroepsecretaris

drs. Roel Meeuwsen

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Provincie Overijssel, Gemeente Enschede

Initiatiefnemer

Vliegwiel Twente Maatschappij i.o.

Laatste advies uitgebracht op

28 oktober 2009