ECLI:NL:RVS:2012:BX9716

Betreft Oostelijke randweg Doetinchem
Datum uitspraak 10-10-2012
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden bestemmingsplannen, aanvulling, Doetinchem, rondwegen, zienswijzen
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 201103439/1/R2

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Een aanvulling hoeft in beginsel niet aan een zienswijzenprocedure te worden onderworpen tenzij ze zeer omvangrijk is of sterk afwijkt van het MER.

Let op: De uitspraak is onder oud recht gedaan. Ingevolge artikel 7.26, tweede lid, Wm (oud) betrok de Commissie m.e.r. de zienswijzen op de richtlijnen voor het MER bij haar toetsingsadvies. Nu gebeurt dat op vrijwillige basis.

NB De Commissie m.e.r. heeft over het MER bij dit bestemmingsplan geadviseerd onder nummer P2168. Er is door de Commissie m.e.r. om een aanvulling verzocht. In de aanvulling zijn extra alternatieven onderzocht. Vervolgens heeft de Commissie m.e.r. positief geadviseerd.

Casus

In deze uitspraak wordt het beroep tegen het bestemmingsplan “Oostelijke randweg 2009” behandeld. Het plan is op 6 januari 2011 vastgesteld. Door het plan wordt de aanleg van de randweg in het ten oosten van Doetinchem mogelijk gemaakt. Er is beroep ingesteld. Appellanten voeren onder meer aan dat er geen zienswijze kon worden gegeven over de aanvulling op het MER, terwijl de Commissie voor de m.e.r. in het toetsingsadvies heeft geschreven dat dat wel kon. Verder is er een alternatief waarmee geen rekening is gehouden. Ook is er sprake van een incompleet MER aangezien de projectering van een LPG-vulpunt bij het tankstation later is opgenomen.
De gemeenteraad voert aan dat de m.e.r.-procedure vrijwillig is doorlopen en dat het tankstation met LPG-vulpunt is opgenomen in een wijzigingsbevoegdheid en bovendien niet m.e.r.-plichtig is.

Overwegingen van de bestuursrechter
M.e.r.-procedure
De Afdeling constateert dat de m.e.r.-procedure inderdaad vrijwillig is doorlopen. Beide adviezen van de Commissie m.e.r. (toetsing en aanvulling) zijn ter visie gelegd bij het vaststellingsbesluit voor het bestemmingsplan. Er is de mogelijkheid geboden zienswijzen in te dienen omtrent de richtlijnen en het MER. Ook zijn de zienswijzen op het MER door de Commissie m.e.r., overeenkomstig de wettelijke procedure, meegenomen in het advies. Er was geen gelegenheid om zienswijzen te geven op de aanvulling van het MER. Volgens de Afdeling is het echter niet zo dat ook alle aanvullingen aan een zienswijzenprocedure moeten worden onderworpen alvorens zij aan de Commissie m.e.r. worden voorgelegd. Een nadere zienswijzenprocedure ligt wel in de rede als de aanvullingen zeer omvangrijk zijn of sterk afwijken van het hoofdrapport. Dat is hier niet het geval.

Keuze voor een alternatief
Ten aanzien van het alternatief heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat het de bevoegdheid van de raad is een afgewogen keuze te maken tussen de verschillende alternatieven. Tevens heeft de raad in redelijkheid de aanleg van de Oostelijke randweg mogen verkiezen boven het nulplusalternatief. Daarbij is van belang dat dit alternatief, naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak, blijkens het advies van de Commissie m.e.r. in vergelijking met de andere alternatieven slechts een gedeeltelijke oplossing biedt voor problemen met betrekking tot de oversteekbaarheid, verkeersveiligheid en geluidhinder. Het feit dat dit alternatief door de commissie m.e.r. als een volwaardig alternatief is aangeduid, doet aan het voorgaande niet af. Voor zover appellanten stellen dat de aan dit alternatief klevende nadelen ondervangen kunnen worden, hebben zij niet aannemelijk gemaakt in hoeverre dit het geval is.

Representatief beeld
Ten aanzien van het standpunt dat de Commissie m.e.r. zich ten onrechte niet heeft kunnen uitlaten over het tankstation met LPG-vulpunt overweegt de Afdeling, wat hier ook van zij, dat dit niet leidt tot het oordeel dat de raad niet van het MER heeft mogen uitgaan. Niet aannemelijk is gemaakt dat het MER geen representatief beeld geeft van de te verwachten gevolgen van het plan.

Uitspraak
De Afdeling verklaart de beroepen met betrekking tot m.e.r. en ook met betrekking tot andere gronden ongegrond.