976. Uitbreiding spoorcapaciteit Roosendaal - Antwerpen (VERA)

De Minister van Verkeer en Waterstaat heeft het voornemen om extra spoorcapaciteit tussen Roosendaal en Antwerpen te realiseren.    

Procedure en adviezen

Richtlijnen
07-09-1998 Datum kennisgeving
07-09-1998 Ter inzage legging van de informatie
17-11-1998 Advies uitgebracht
Toetsing
02-10-2000 Kennisgeving MER
02-10-2000 Ter inzage legging MER
22-03-2001 Toetsingsadvies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Richtlijnenadvies

In haar richtlijnenadvies vroeg de Commissie speciale aandacht voor: 

  • de onderbouwing van nut en noodzaak;
  • het beschrijven van minimum en maximum scenario's voor verschuiving van de modal shift;
  • het uitwerken van het nulalternatief en het nul-plus alternatief als volwaardig alternatief en daarbij actief betrekken van de Belgische overheid;
  • een alternatief tracé ten oosten van Bergen op Zoom om daarmee een afweging tussen hinder in de kern en aantasting van landschaps- en natuurwaarden mogelijk te maken;
  • het onderbouwen van de mogelijkheden om de toename van hinder in de kernen Oudenbosch en Zevenbergen te mitigeren en zo dit onvoldoende mogelijk blijkt het uitwerken van omleidingsalternatieven.

Toetsing van het MER

Bij de toetsing van het MER heeft de Commissie op twee punten om een aanvulling gevraagd:

  • een onderbouwing voor de ecologische waardering en effectbeschrijving en het expliciet doorlopen van de beschermingsformules van de Habitatrichtlijn.
  • informatie over de toepassing van de multicriteria-analyse.

Deze informatie is aangevuld, waarna de Commissie een positief advies heeft uitbracht.

De Commissie constateert in haar advies dat informatie over de milieueffecten op Belgisch grondgebied niet beschikbaar is en gezien de opstelling van de Belgische overheid ook niet beschikbaar zal komen. Daardoor is een goede afweging van alternatieven naar de mening van de Commissie niet mogelijk. Aanvulling op dit punt is echter niet mogelijk.

De Commissie geeft verder aan dat bij de besluitvorming inzicht gegeven dient te worden in de wijze waarop VERA past in het lange termijn streven om te komen tot een dedicated spoorlijn voor goederenvervoer. Tenslotte constateert de Commissie dat een goede methodiek voor de beschrijving van trillingshinder op dit moment ontbreekt.

De Commissie heeft ook een oordeel gegeven over de samenhang tussen het MER en de parallel uitgevoerde maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA). Daarbij constateerde de Commissie dat op meerdere punten een betere afstemming tussen MER en mkba nodig en mogelijk is. Doordat milieueffecten maar voor een zeer beperkt deel gemonetariseerd zijn en de alternatieven uit het MER in de mkba niet volwaardig zijn meegenomen, speelt de milieu-informatie in de mkba ten onrechte een ondergeschikte rol.

Standpunt

Op 30 november 2001 heeft de Minister in een brief aan de Tweede kamer haar voorlopige standpunt verwoord. Zij wil een tweeledig besluit nemen:

  1. realisatie van de doortrekking van Goederenspoorlijn Lijn 11 naar de spoorlijn Goes - Bergen op Zoom in de periode tot 2010 volgens het A4-west tracé.
  2. het uitvoeren naar een onderzoek naar een eindbeeld voor de primaire spoorverbinding Rotterdam -Antwerpen om zodoende een voorstel voor een toekomstvaste, gefaseerde oplossing te kunnen voorbereiden voor de periode na 2010. Provincie Brabant en betrokken gemeenten, die een dergelijk onderzoek vanwege hinder en veiligheid in bestaande kernen op het traject Kijfhoek - Belgische grens hebben geëist, zijn bij dit onderzoek betrokken. Naast een effectbeschrijving en een kostenraming zal er een maatschappelijke kosten-baten analyse worden uitgevoerd.

Het onder b genoemde onderzoek (RoBel) is in 2003 gepubliceerd. Een klankbordgroep bestaande uit diverse maatschappelijke organisaties sprak haar voorkeur uit voor een volledig nieuwe spoorlijn langs de A4/A29. Bestuurlijk betrokken partijen hebben een voorlopig advies gegeven. De Minister heeft in de zomer van 2004 aangegeven dat er op korte termijn geen behoefte is aan een nieuwe spoorlijn. Het goederenvervoer op de as Rotterdam - België is de laatste jaren namelijk eerder af- dan toe genomen. Omdat België geen grote behoefte blijkt te hebben aan een verbinding tussen Bergen op Zoom en Antwerpen en de bestaande capaciteit tussen Roosendaal en Antwerpen nog voldoende ruimte biedt, heeft de Minister ook de realisatie van de verbinding Bergen op Zoom - Antwerpen uitgesteld naar de periode 2015-2020. Wel zullen er maatregelen langs de bestaande lijn getroffen gaan worden om de situatie rond geluid en veiligheid te verbeteren.

 

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. B.Th. Eendebak
dhr. drs. J.C. van Ham
mw. dr. M. van Herwijnen
dhr. drs. S.R.J. Jansen
dhr. ing. Th. J. M. Pennings
dhr. dr. ir. E.Ph.J. de Ruiter
dhr. prof.ir. M. van Witsen

Voorzitter: dhr. ir. N.G. Ketting
Werkgroepsecretaris: mw. ir. V.J.H.M. ten Holder

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
Rijkswaterstaat

Overige gegevens

Gebied: Belgium; Nederland, provincie Noord-Brabant; Nederland, provincie Zeeland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C02.1 tot 1-4-2011: Aanleg landelijke railweg (incl. wijzigen of weer in gebruik nemen)

Bijgewerkt op: 10 jul 2018