844. Verkenning ruimtetekort mainport Rotterdam (VeRM)

In 1996 is door het Kabinet een “nut-en-noodzaakdiscussie’ gestart over de versterking van de mainportfunctie van de haven van Rotterdam en het oplossen van het ruimtetekort dat daar in de toekomst zal ontstaan. In de aanvangsbeslissing daarvoor stelde het Kabinet in april 1996 dat de inzet is: enerzijds versterking van de mainport Rotterdam en anderzijds verbetering van de leefomgeving (dubbele doelstelling). Tijdens de verkenningsfase is een aantal groeperingen in de samenleving geconsulteerd waaronder bestuurders, burgers, wetenschappers en milieu- en natuurorganisaties. Daarnaast is onderzoek gedaan naar de omvang, de aard en de urgentie van het ruimtetekort en de wijze waarop het probleem zou kunnen worden opgelost in de regio Rijnmond en in de overige zeehavens en achterlandregio’s met ontvangst, overslag en distributiefuncties in relatie tot de haven van Rotterdam. Het proces van de Verkenningsfase is begeleid door een Commissie onder voorzitterschap van drs. L.M.L.H.A. Hermans, Commissaris van de Koningin van Fryslân.    

Procedure en adviezen

Toetsing
06-01-1997 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
25-02-1997 Toetsingsadvies uitgebracht
17-04-1997 Kennisgeving MER
17-04-1997 Ter inzage legging MER
Toetsingsadvies
Toetsing a
07-05-1997 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

De uitvoering van VERM is een vroege vorm van besluitvoorbereiding met een experimenteel karakter dat gestoeld is op het advies in 1994 van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de besluitvorming over grote projecten. De uitvoering van VERM is niet wettelijk verankerd en voorziet niet in de uitvoering van milieueffectrapportage (m.e.r.). Op basis van de projectbeslissing kan echter voor een vervolgprocedure gekozen worden waaraan m.e.r. gekoppeld is. Mede met het oog daarop is de Commissie voor de m.e.r. gevraagd te adviseren over de kwaliteit en de volledigheid van de milieuaspecten in de producten van VERM. In de beide adviezen constateert de Commissie (onder meer) dat:  

● de oplossing van het ruimtetekort in het Rotterdamse havengebied voorop heeft gestaan en het belang van de leefomgeving op het tweede plan;

● de leefomgevingsdoelstelling nog niet is gedefinieerd en dat criteria voor deze doelstelling ontbreken;

● de VERM-discussie zich toespitst op de Rijnmondregio en de ontwikkeling van de Maasvlakte 2;

● een vervolgprocedure met een gewone planologische kernbeslissing met m.e.r. op strategisch niveau het beste past bij de uitkomsten van de toetsing van de gepresenteerde milieu-informatie in de verkenningsfase.

In de projectbeslissing van 10 juli 1997 koos het kabinet in principe voor aanleg van een tweede Maasvlakte (met een eigen zeehaventoegang) van ongeveer 1000 ha. netto aaneengesloten haven- en industrieterrein en daarbij 750 ha natuur- en recreatiegebied. De vervolgprocedure gebeurt op grond van art. 2a jo art. 39 WRO. De beslissing kan als volgt worden geïnterpreteerd:

Er is een voorkeur voor de aanleg van een tweede Maasvlakte van 1000 ha., maar daarnaast zijn alternatieven nog steeds reëel: een variant met 500 ha. droog industrieterrein, de nulvariant met intensivering/inbreiding in het Rotterdamse havengebied en benutten van bestaande en voorziene mogelijkheden op terreinen bij Terneuzen en Moerdijk en het meest milieuvriendelijke alternatief (dat nog moet worden ingevuld). De invloed van de beide adviezen van de Commissie is merkbaar op de volgende punten:

● Er is niet zonder meer gekozen voor een project-PKB met uitvoerings-m.e.r. voor een tweede Maasvlakte.

De PKB/m.e.r. die zal worden uitgevoerd omvat niet alleen uitvoeringsalternatieven voor een tweede Maasvlakte maar ook een strategisch alternatief (nulvariant).

● De dubbele doelstelling waarbij de leefomgevingsdoelstelling gelijkwaardig zou moeten zijn aan de mainportdoelstelling is nu niet alleen maar theorie zoals tijdens de verkenningsfase.

 

In 1998 vond de start plaats van de m.e.r.-procedure voor de PKB+ Mainportontwikkeling Rotterdam1.

 

1 Zie project 952. 

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. H.S. Buijtenhek
dhr. ir. J.A.M. van Dijk
dhr. prof.dr. W.A. Hafkamp
dhr. G.F.W. Herngreen
dhr. ir. W.H.A.M. Keijsers
dhr. drs. M.J. Ruis
dhr. prof.dr. J.H.J. Terwindt

Voorzitter: mw. drs. L. van Rijn-Vellekoop
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. J.J. Scholten

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Projectorganisatie Verkenning Ruimtetekort Mainport Rotterdam (VERM)

Bevoegd gezag
Ministerraad

Overige gegevens

Gebied: Nederland, niet provinciaal ingedeeld gebied


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
006 Géén m.e.r., wel advies van Commissie gevraagd

Bijgewerkt op: 10 jul 2018