343. Woningbouw en bedrijventerreinen regio Arnhem-Nijmegen

Aanvankelijk was deze procedure gestart ten behoeve van een Inrichtingsschets Over-Betuwe, waarin de locatiekeuze voor zowel woningbouw als bedrijventerreinen aan de orde zou zijn. De inrichtingsschets zou dienen als bouwsteen voor herziening van het Streekplan. Uiteindelijk is het MER opgesteld voor een locatiekeuze voor de bouw van 9000 woningen in de regio Nijmegen in het kader van de Ontwikkelingsvisie Knooppunt Arnhem/Nijmegen. Het betreft een vrijwillige m.e.r.-procedure.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
01-03-1991 Datum kennisgeving
01-03-1991 Ter inzage legging van de informatie
02-05-1991 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
15-06-1992 Kennisgeving MER
15-06-1992 Ter inzage legging MER
Toetsing aanvulling
09-10-1992 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
01-12-1992 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Naar aanleiding van de bespreking van het concept-toetsingsadvies van de Commissie is besloten een aanvulling op het MER te maken. Deze is op 23 november 1992 bij de Commissie m.e.r. ontvangen. Deze Nota Aandachtspunten toetsing Commissie m.e.r. is bij de toetsing be trokken. In het toetsingsadvies kwam de Commissie tot de conclusie dat het MER met de aanvulling voldoende informatie bood voor de besluitvorming over de locatiekeuze voor de woningbouw in de regio Nijmegen. Zij had waardering voor de manier waarop de vele verschillende locaties met elkaar zijn vergeleken en de manier waarop de milieu-informatie daarbij is betrokken. Omdat sprake was van een vrijwillige m.e.r. voor een niet m.e.r.-plich tig besluit is in 1996 een ontheffingsverzoek ingediend bij de besluitvorming over het structuurplan Land over de Waal1, waarin het woningbouwproject De Waalsprong centraal stond. Deze ontheffing is verleend. Bij bezwaar en beroep over het structuurplan oordeelde rechter echter dat een ontheffing niet aangevraagd had hoeven wor den omdat het structuurplan onvoldoende specifiek is om een m.e.r.-plichtig besluit te zijn. Daarmee ontstond de vraag of nu voor bij het vaststellen van de bestemmingsplannen alsnog een m.e.r. nodig zou zijn. De gemeente heeft om die reden een evaluatierapport opgesteld om daarmee aan te tonen dat de milieueffecten in het oorspronkelijke MER goed waren beschreven en minder ernstig waren dan oorspronkelijk voorspeld. Afgewacht moet worden of deze constructie bij bezwaar en beroep houdbaar blijkt. 

 

1 Zie projectnummer 750. 

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. prof.mr.dr. E.F. ten Heuvelhof
dhr. dr. W. Joenje
dhr. prof.dr.ir. F.M. Maas
dhr. dr. F.H. Mischgofsky
dhr. prof. P. Rietveld
dhr. ing. G. van der Sterre, M.Sc.

Voorzitter: dhr. dr. H. Cohen
Werkgroepsecretaris: mw. drs. M. Buitenkamp

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Gelderland

Bevoegd gezag
Gelderland

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Gelderland


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
002 Vrijwillige m.e.r.

Bijgewerkt op: 10 jul 2018