1543. SMB PKB Derde Nota Waddenzee

Het kabinet heeft het voornemen deel 3 van de Planologische Kernbeslissing (PKB) over de Derde Nota Waddenzee aan te passen. Het huidige kabinet wil beleidswijzigingen aanbrengen ten opzichte van die van een voorgaand kabinet. Deze wijzigingen nopen tot aanpassing van de PKB.

Procedure en adviezen

Richtlijnen
24-03-2005 Datum kennisgeving
24-03-2005 Ter inzage legging van de informatie
28-04-2005 Advies uitgebracht
Richtlijnen
Toetsing
11-01-2006 Kennisgeving MER
11-01-2006 Ter inzage legging MER
23-02-2006 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsing

Opmerkingen bij de advisering

De Commissie vroeg in haar advies over de Reikwijdte en het Detailniveau voor de Strategische Beoordeling (SMB) om bij bescherming van natuur de instandhoudingsdoelstellingen conform de natuurbeschermingswetgeving centraal te stellen. Ook moet de SMB aangeven voor welke activiteiten nog een passende beoordeling volgens de natuurbeschermingswetgeving nodig is, omdat niet met redelijkheid zeker is dat ze geen significante gevolgen hebben voor kwalificerende habitats en/of soorten en van welke aard de gevolgen zouden kunnen zijn (mechanismen, omvang effect, schaalniveau beĆÆnvloeding, periodiciteit, herstelduur).

In haar beoordeling van de SMB en van de Passende Beoordeling (PB) in het kader van de Natuurbeschermingswet constateert de Commissie dat de volgende volgorde voor het planproces is gekozen: eerst een PKB, later volgt het toetsingskader ingevolge de Natuurbeschermingswet in de vorm van aanwijzingsbesluiten en beheerplannen waarin instandhoudingsdoelen komen te staan. Deze aanpak leidt tot het doorschuiven van de afweging van activiteiten naar een lager beslisniveau dan de PKB. De Commissie raadt aan om in het vervolgtraject zorgvuldig te blijven nagaan of bijstellingen van de PKB op grond van een terugkoppeling van de meest actuele beschikbare instandhoudingsdoelen nodig zijn.

De Commissie vestigt de aandacht op visserijactiviteiten die door kunnen blijven gaan, terwijl deze volgens de passende beoordeling op grond van de Natuurbeschermingswet mogelijk tot significante gevolgen kunnen leiden. De Commissie mist een adequate zonering, gericht op het voorkomen van verstoring en het reguleren van visserijactiviteiten. De zonering is niet helder en deze vloeit niet logisch voort uit de SMB en uit de PB.

De Commissie beveelt aan om in kaart te brengen welke delen van het Waddengebied kwetsbaar zijn voor verstoring of bevissing, en waarom, en van daaruit een logische zonering vast te leggen. Aan de inhoudelijke eisen van de SMB-richtlijn wordt naar de mening van de Commissie voldaan, met uitzondering van de niet-technische samenvatting: deze ontbreekt.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. prof. dr. P.L. de Boer
dhr. dr. F.H. Everts
dhr. ir. L.J.W. van Hoof
mw. dr.ir C.J.M. Philippart
dhr. ir. K.A.A. van der Spek
dhr. prof.dr. J.H.J. Terwindt
dhr. prof.mr. J. Verschuuren
dhr. ing. R.L. Vogel
dhr. prof.ir. J.J. van der Vuurst de Vries

Voorzitter: dhr. dr.ir. G. Blom
Werkgroepsecretaris: dhr. ir F.D. Dotinga

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Bevoegd gezag
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Overige gegevens

Gebied: Nederland, niet provinciaal ingedeeld gebied


Categorieƫn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
007 Plan-m.e.r.

Bijgewerkt op: 10 jul 2018