1293. Bereikbaarheid Oostelijk deel Stadsregio Eindhoven/Helmond (BOSE)

Het ontwikkelen en vergelijken van alternatieven die een oplossing bieden voor de huidige en toekomstige bereikbaarheids- en leefbaarheidsproblemen in het oostelijk deel van de stadsregio Eindhoven. 

Procedure en adviezen

Richtlijnen
30-09-2002 Datum kennisgeving
29-11-2002 Advies uitgebracht
Richtlijnen
Toetsing
29-12-2004 Datum kennisgeving
Toetsing a
22-06-2005 Advies uitgebracht
Toetsing a

Opmerkingen bij de advisering

Richtlijnenfase 

De Commissie adviseert fasering van mogelijke oplossingen centraal te stellen en in het MER de volgende systematiek te hanteren:

  1. Maak een actuele knelpuntenanalyse en geef aan welke knelpunten resteren bij uitvoering van reeds genomen besluiten over maatregelen ten aanzien van bereikbaarheid en leefbaarheidsproblemen en uitgaande van de autonome ontwikkeling op het gebied van de ruimtelijke ordening. In de knelpuntenanalyse moet de omvang, herkomst en bestemming van de verkeers- en vervoerstromen in/door het gebied gedetailleerd in kaart worden gebracht zodat duidelijk onderscheid gemaakt kan worden in regionale en lokale verkeerskundige problemen. Geef daarbij de mate van samenhang tussen regionale en lokale problemen aan. Breng de aard en omvang van de verwachte bereikbaarheidproblemen in beeld via Intensiteit/Capaciteit verhoudingen, en reistijdverhoudingen tussen de verschillende vervoersmodaliteiten op de belangrijkste verkeersrelaties.
  2. Werk een nulplus-alternatief uit met maatregelen die naar verwachting op relatief korte termijn en met relatief beperkte financiële middelen te realiseren zijn. De Commissie denkt hierbij met name aan het inzetten van (lokale) maatregelen ter bevordering van de doorstroming en het benutten van de mogelijkheden van bijvoorbeeld openbaar vervoer, ketenvervoer, fietsverkeer, carpooling en sturend parkeerbeleid. Geef de milieugevolgen aan en welke mogelijkheden er bestaan om deze gevolgen te voorkómen of te mitigeren.
  3. Onderzoek vervolgens welke knelpunten wat betreft bereikbaarheid en leefbaarheid overblijven en geef aan welke lokale en/of regionale tracéalternatieven hiervoor een oplossing kunnen bieden. Geef van ieder tracéalternatief op lokaal dan wel regionaal niveau aan wat de gevolgen zijn voor natuur en landschap en leefbaarheid, alsmede welke mogelijkheden bestaan om deze gevolgen te voorkómen, mitigeren of te compenseren. Geef daarbij ook aan wat de langere termijn consequenties en opties zijn voor de ruimtelijke ordening.
  4. De Commissie acht het denkbaar dat de belangen van natuur en landschap enerzijds en leefbaarheid anderzijds niet (altijd) goed verenigbaar zijn binnen één alternatief. Maak duidelijk waar conflicterende situaties optreden en werk oplossingen uit die maximaal tegemoet komen aan hetzij het belang van natuur en landschap, hetzij het belang van leefbaarheid. Maak daarbij eventuele conflicterende lokale belangen en belangen op het niveau van het gehele plangebied inzichtelijk. Maak vervolgens een beargumenteerde keuze van oplossingen in het meest milieuvriendelijke alternatief en het voorkeursalternatief.
 

De Commissie adviseert het MER anticiperend te laten zijn op de besluitvormingsprocedure voor het RSP. Op deze manier kan de ontwikkeling van bijvoorbeeld nieuwe woon- en werklocaties binnen het SRE plangebied afgestemd worden op de wensen en mogelijkheden van bereikbaarheid- en leefbaarheid en vice versa.

Toetsingsfase

De Commissie is van oordeel dat in het MER inclusief de aanvulling daarop niet alle essentiële informatie aanwezig is om het milieubelang een volwaardige plaats te kunnen geven in de besluitvorming:

  • Een alternatief waarin zoveel mogelijk lokale oplossingen per knelpunt worden uitgewerkt, ontbreekt. Uitwerking van een dergelijk alternatief vereist een verkeerskundige analyse per knelpunt, die niet voldoende aanwezig is. Met de voorliggende informatie kan niet worden uitgesloten dat met maatregelen op lokaal niveau de verkeersproblematiek in voldoende mate opgelost kan worden.
  • Het stappenschema van het Structuurschema Groen Ruimte wordt in onvoldoende mate doorlopen. Er is niet overtuigend aangetoond dat er geen reële alternatieven zijn voor het tracé door het Dommeldal. Ook is niet vastgesteld dat zowel kwantitatief als kwalitatief voldoende in de compensatie van de verloren gegane natuurwaarden kan worden voorzien, en dat de compensatie op het punt van planologische regeling en feitelijke uitvoering is zeker gesteld.
  • Onvoldoende is aangegeven welke effecten van mitigerende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit lokaal verwacht kunnen worden, en waar precies overschrijdingen van luchtkwaliteitsnormen (zullen) plaatsvinden.
  • Onvoldoende is aangegeven of, en zo ja waar de oriënterende waarde voor het groepsrisico overschreden wordt. Ook is niet aangegeven op welke wijze eventuele overschrijdingen teniet worden gedaan.
 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. ing. A.J. Dragt
dhr. ir. W.H.A.M. Keijsers
dhr. drs. J.A.A.M. Leemans
dhr. ing. G. van der Sterre, M.Sc.
dhr. ir. J. Termorshuizen

Voorzitter van de werkgroep: dhr. ir. N.G. Ketting
Secretaris van de werkgroep: dhr. dr. G.P.J. Draaijers

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Regio Eindhoven

Bevoegd gezag
Intergemeentelijk Samenwerkingsverband Regio Eindhoven

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Noord-Brabant

Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
D01.2 tot 1-4-2011: Uitbreiding van auto(snel)weg of hoofdweg >= 5 km

Bijgewerkt op: 10 jul 2018