1078. Verondieping Nieuwe Meer te Amsterdam

De gemeente Amsterdam heeft het voornemen om het Nieuwe Meer te verondiepen met niet tot matig verontreinigde baggerspecie (klasse 0, 1 en 2). Het Nieuwe Meer is aangewezen als meest gunstige locatie voor de berging van baggerspecie in de nota ‘Verwijdering en verwerking van baggerspecie in Amsterdam 1995 – 2015’.   Hoewel de wettelijke verplichting tot het opstellen van een MER met de wijziging van het Besluit m.e.r in 1999 is komen te vervallen, heeft de gemeente Amsterdam besloten tot een m.e.r, om op die manier – op vrijwillige basis – tegemoet te komen aan de wensen van verschillende maatschappelijke organisaties.  

Procedure en adviezen

Richtlijnen
17-02-2000 Datum kennisgeving
11-04-2000 Advies uitgebracht
Toetsing
08-03-2001 Datum kennisgeving
09-05-2001 Advies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

De Commissie is van oordeel dat de essentiële informatie aanwezig is in het MER voor een volwaardig meewegen van het milieubelang in de besluitvorming over het verondiepen van het Nieuwe Meer met baggerspecie van de klassen 0, 1 en 2 op de voorgestelde stortlocatie West. 

Er blijft een aantal onzekerheden bestaan over de daadwerkelijk optredende milieueffecten die uitvoering van een goed doordacht monitoring- en evaluatieprogramma (beheersplan) gewenst maken en dat zonodig tot aanpassingen van de stortactiviteiten moet kunnen leiden. De Commissie doet een aantal aanbevelingen voor de besluitvorming over deze monitoring en evaluatie.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. ir. G. Blom
dhr. dr. J. Joziasse
dhr. dr. J.T. Meulemans

Voorzitter van de werkgroep: dhr. dr. D.K.J. Tommel

Secretaris van de werkgroep: dhr. ir. R.I. Seijffers

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
gemeente Amsterdam

Bevoegd gezag
Hoogheemraadschap van Rijnland

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Noord-Holland

Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
002 Vrijwillige m.e.r.

Bijgewerkt op: 30 jan 2013