1063. Regionaal bedrijventerrein Twente

Het Programmeringsoverleg (PO) Twente heeft het voornemen een regionaal bedrijventerrein in Twente (RBT) tot ontwikkeling te brengen op een nog nader te bepalen locatie. Voor de lokalisering van het RBT zijn zoekgebieden aangewezen. Deze zoekgebieden worden beoordeeld op geschiktheid voor de realisering van het RBT. Uiteindelijk zal één locatie worden opgenomen in het Streekplan.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
08-11-1999 Datum kennisgeving
20-01-2000 Advies uitgebracht
Richtlijnen
Toetsing
02-01-2001 Datum kennisgeving
Toetsing a
19-06-2001 Datum kennisgeving
04-09-2001 Advies uitgebracht
Toetsing a
Toetsing b
17-04-2003 Datum kennisgeving
Toetsing c
27-10-2004 Datum kennisgeving
06-01-2005 Advies uitgebracht
Toetsing c

Opmerkingen bij de advisering

De Commissie adviseerde in haar advies voor richtlijnen voor het MER voor de locatiekeuze én de inrichting met name: 

  • Aandacht te besteden aan de behoefteraming (autonome behoefte en bestuurlijke ambitie) voor bedrijventerreinen;
  • Uit de doelen voor het bedrijventerrein programma’s van eisen voor de locatiekeuze af te leiden die aangeven:
    • welke eisen worden gesteld aan de omgeving door het RBT (selectiecriteria waaraan de omgeving moet voldoen);
    • welke eisen door de omgeving worden gesteld aan het RBT (randvoorwaarden waaraan de locatiekeuze moet voldoen).
  • Op basis van deze eisen de selectie van één of slechts een zeer beperkt aantal (voorkeurs)locatie(s) uit te voeren.
  • Een programma van eisen met toetsingscriteria voor de inrichting van de locatie op te stellen, uitgaande van een te definiëren concept voor duurzaamheid.
  • Binnen het concept van duurzaamheid aan te geven hoe wordt gerealiseerd dat de gereserveerde ruimte voor het RBT daadwerkelijk wordt benut voor de categorieën bedrijven waarin het RBT volgens de behoefteraming moet voorzien.
 

Het bevoegde gezag besloot tijdens het opstellen van het MER de besluitvorming te splitsen in een besluit over de locatie en een besluit over de inrichting. Voor beide besluiten zou een MER worden opgesteld. Tijdens de toetsing van het MER heeft de Commissie aanvullende informatie gevraagd over de hydrologie en over het voorkomen van soorten die vallen onder het regime van de Natuurbeschermingswet. Het MER en de aanvulling gezamenlijk werden voldoende beoordeeld als onderbouwing voor de locatiekeuze. De Commissie deed verder aanbevelingen voor het inrichtings-MER en over de onderbouwing van het locatiebesluit bij de herziening van het streekplan 2000+. Daarbij zijn onder andere de behoefteraming aan de orde zijn en de vergelijking van de geschiktheid van de onderzochte locaties met de uitkomsten van een eerder MER voor locaties dat in 1995 is gepubliceerd: deze uitkomsten stemmen niet volledig overeen met die in het onderhavige MER.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. drs. P.J.L. van den Dries
dhr. ir. W.H.A.M. Keijsers
dhr. ir. J. Termorshuizen
dhr. ir. Th. G.J. Witjes

Voorzitter van de werkgroep: dhr. dr.ir. G. Blom

Secretaris van de werkgroep: dhr. mr. S. Pieters

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
diverse gemeenten
kamer van koophandel
Provincie Overijssel

Bevoegd gezag
Provincie Overijssel

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Overijssel

Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C11.2 tot 1-4-2011: Aanleg bedrijventerrein >= 150ha

Bijgewerkt op: 30 jan 2013