1058. Langetermijnontwikkeling nationale luchthaven

Het Kabinet heeft overwogen in een reeks van Nota’s in de periode van 1997-1998 dat op de lange termijn (na 2010) het naar verwachting niet mogelijk zal zijn op het vijfbanenstelsel van Schiphol de balans met het milieu bij een voortgaande groei van de luchtvaart te realiseren. De besluitvorming over de toekomst van de nationale luchthaven na 2010 vindt plaats in een nieuwe PKB. Bij de start daarvan in oktober 1999 waren twee alternatieven in beeld: de aanleg, inrichting en gebruik van een nieuwe luchthaven op een eiland in de Noordzee of verdere uitbreiding op de huidige locatie Schiphol. In december 1999 besliste het Kabinet dat de PKB alleen nog voortgezet zal worden voor de locatie Schiphol en dat de optie van een eiland in zee in studie zal blijven echter buiten het kader van de PKB.     

Procedure en adviezen

Richtlijnen
28-09-1999 Datum kennisgeving
16-12-1999 Advies uitgebracht
Richtlijnen a
18-02-2000 Advies uitgebracht
Richtlijnen a
Richtlijnen b
13-04-2000 Advies uitgebracht
Richtlijnen b
Richtlijnen c
25-04-2000 Advies uitgebracht
Richtlijnen c

Opmerkingen bij de advisering

Het Kabinet heeft het voornemen om een besluit te nemen over de toekomst van de nationale luchthaven na het jaar 2010. Het Kabinet verwacht namelijk dat vanaf dat tijdstip het niet langer mogelijk zal zijn om op het voorziene vijfbanenstelsel op Schiphol de balans tussen beheerste groei van de luchtvaart en verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving te realiseren. (Het vijfbanenstelsel zal operationeel worden in 2003). De oplossing van dit probleem voor de lange termijn zoekt het Kabinet in concentratie van de luchtvaart op één locatie die gelegen dient te zijn in of in de nabijheid van de Randstad. Alleen de locatie Schiphol en een eilandlocatie in de Noordzee komen hiervoor in aanmerking volgens het Kabinet. Het besluit hierover zal worden genomen in een Planologische Kernbeslissing (PKB). Omdat de locatiekeuze voor de toekomst op de lange termijn van de nationale luchthaven milieueffectrapportage (m.e.r.)-plichtig is, wordt voor de PKB een milieueffectrapport (MER) opgesteld. De Commissie voor de m.e.r. is gevraagd door het bevoegd gezag te adviseren over de inhoud van dit MER. Daaraan voorafgaand is de Commissie gevraagd om in een tussenadvies het Kabinet reeds te adviseren voor het eerste moment van afweging (EMA) door het Kabinet op 17 december 1999.  

Het interim-advies werd uitgebracht op 16 december 1999. Op 17 december besliste het Kabinet dat de PKB-procedure alleen zal worden voortgezet voor de locatie Schiphol. Wel houdt het Kabinet de mogelijkheid open om de eilandoptie in studie te houden waardoor die oplossing toch weer op enig moment in de planperiode voor de PKB kan terugkeren. Met de beslissing om de PKB/m.e.r.-procedure alleen voort te zetten met de locatie Schiphol heeft de besluitvormingsprocedure een belangrijke wending genomen. In het advies voor richtlijnen d.d. 18 februari 2000 vroeg de Commissie aan het bevoegd gezag duidelijkheid te geven over de precieze betekenis van de beslissing van 17 december 1999 voor het verdere verloop van de PKB/m.e.r.-procedure. Daarbij adviseerde de Commissie deze procedure opnieuw te starten. Verder gaf de Commissie aan bereid te zijn apart te adviseren over het concept-programma (Flyland) voor het onderzoek naar een eilandlocatie. Dat resulteerde in twee adviezen d.d. 13 en 25 april 2000.

Naast de Commissie voor de m.e.r. is door het bevoegd gezag ook een Commissie voor de economische effectrapportage in het leven geroepen om te adviseren over de economische effectrapportage (e.e.r.) die eveneens wordt uitgevoerd ten behoeve van de PKB. Die Commissie bracht op 11 februari 2000 een advies uit.

Ten behoeve van de beslissing die genomen moet worden om de richtlijnen voor het MER vast te stellen of de procedure opnieuw te starten met een nieuwe startnotitie is de luchtvaartsector gevraagd een businessplan op te stellen. Die beslissing is aan het einde van 2000 nog niet genomen.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. prof.dr. B.J.M. Ale
dhr. dr.ir. M.M. Boone
dhr. prof.dr.ir. R.E.C.M. van der Heijden
dhr. prof. dr. P. Hoekstra
dhr. drs. A.L. de Jong
dhr. dr. R.W. Künneke
dhr. drs. R.H.D. Lambeck
mw. drs. W. Passchier-Vermeer
dhr. ir. K.A.A. van der Spek
dhr. prof.dr. J. Thoen
dhr. capt. G.R. Vissers

Voorzitter van de werkgroep: dhr. ir. N.G. Ketting
Secretaris van de werkgroep: dhr. drs. J.J. Scholten

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
Ministerraad

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Flevoland; Nederland, provincie Friesland; Nederland, provincie Noord-Holland

Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C06.1 tot 1-4-2011: Luchtvaartterrein met landingsbaan >= 1800m: aanleg, inrichting of gebruik

Bijgewerkt op: 23 aug 2018