De provincie Zuid-Holland en de gemeente Goeree-Overflakkee willen maximaal 260 megawatt (inclusief bestaande opstellingen) aan windenergie mogelijk maken in de zogenaamde randzone op Goeree-Overflakkee. Voor de onderbouwing van de besluitvorming over de herziening van de provinciale structuurvisie, de provinciale verordening ruimte en de gemeentelijke structuurvisie is een plan-MER inclusief Passende beoordeling opgesteld.
Hoofdpunten uit het advies
Toetsingsadvies
De Commissie vindt dat het MER voldoende milieu-informatie bevat. Het MER maakt op heldere wijze duidelijk dat gekozen wordt om clusters van windturbines langs de rand van het eiland te plaatsen. Binnen deze plaatsingsvisie zijn twee alternatieven ontwikkeld: grote en kleine clusters. De milieueffecten van de twee alternatieven zijn overzichtelijk in beeld gebracht.
Uit het MER blijkt dat het voorkeursalternatief, met maatregelen voor ecologie, landschap en het ontzien van woonkernen, 241 MW omvat. Dit is minder dan de beoogde (maximale) 260 MW. Om het doel toch te halen zijn opties genoemd, zoals turbines met een groter vermogen. Hierover moeten gemeente en provincie later nog een keuze maken.
Advies reikwijdte en detailniveau
Belangrijke onderwerpen voor het MER zijn een uitwerking van de plaatsingsvisie voor de windturbines in de hele randzone. Werk hiertoe alternatieven vanuit verschillende perspectieven uit in het MER (maximaal vermogen binnen wettelijke kaders, landschap, leefomgeving, natuur), mede door te variëren in aantal en soort turbines en de plaatsing daarvan.