Urenco Nederland V.o.F., gevestigd te Almelo, heeft het voornemen de capaciteit voor verrijking van uranium uit te breiden tot maximaal 3500 tSW/jaar. De uitbreiding zal in overeenstemming met de ontwikkeling van de orderportefeuille gefaseerd plaats vinden, en geschiedt deels door het bijplaatsen van centrifuges in een bestaande fabriek (SP4), en deels door de bouw van een nieuwe verrijkingsfabriek (SP5). De capaciteit van de SP4 wordt hiermee verhoogd van 1300 tSW/jaar tot 1500 tSW/jaar, terwijl de capaciteit van de SP5 maximaal 2000 tSW/ jaar zal bedragen.
De vergunde capaciteit van de totale inrichting bedraagt momenteel 1500 tSW/jaar: 200 tSW/jaar voor de SP3 en 1300 tSW/jaar voor de SP4.
Hoofdpunten uit het advies
Aan de vigerende vergunning inzake de Kernenergiewet (KEW), verleend op 10-1-1992, is de voor waarde gekoppeld dat de vergunningaanvraag voor de uitbreiding van de verrijkingscapaciteit tot maximaal 3500 tSW/jaar ingediend moet zijn voor 1 januari 1996. Deze aanvraag, op basis van artikel 15b KEW, zou voorzien moeten zijn van een milieueffectrapport. Op basis van het Besluit Milieu-effectrapportage is de voor genomen activiteit echter niet m.e.r.-plichtig.
In haar toetsingsadvies concludeert de Commissie dat het MER een voldoende basis biedt voor de besluitvorming.
Per 31 augustus 1993 heeft een fusie plaatsgevonden van de Urenco-ondernemingen in respectievelijk Ne der land, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk. Dat heeft er in Nederland toe geleid dat de verrijkingsactiviteiten van Urenco Nederland v.o.f. en het laboratorium van Ul tracentrifuge Nederland N.V., met de daarbij beho ren de afzonderlijke vergunningen op grond van de Kern energiewet worden overgedragen aan een nieuwe rechts persoon, Urenco NL B.V. Voor de m.e.r.-procedure heeft dit geen consequenties.
De evaluatie voor het project is eind 2000 gestart.