1093

Uitbreiding Leeuwarden-Zuid (De Zuidlanden)

De gemeente Leeuwarden wil ten zuiden van het Harinxmakanaal woningen en bedrijfslocaties realiseren. Het Masterplan Zuidlanden omvat ca 6500 woningen, 150.000 mvoor kantoren en bedrijven, 55.000 mvoor commerciële voorzieningen en ca. 73.000 mvoor sociale voorzieningen over een periode van 20 á 25 jaar.

Hoofdpunten uit het advies

In 2000 is de m.e.r. (vrijwillig) opgestart voor besluitvorming over de voorloper van het Masterplan, het Ontwikkelingsplan Leeuwarden-Zuid. Het MER voor dit Ontwikkelingsplan is in 2001 voorzien van een voorlopig advies van de Commissie.
Voor daarop volgende formele procedures voor bestemmingsplannen voor deelgebieden is gebruik gemaakt van art. 7.16. van de Wet Milieubeheer en is dit MER aangevuld met specifieke oplegnotities. Deze oplegnotities gaven een actualisering van het MER en aanvullende informatie over het specifieke deelgebied.
De Commissie bracht in de periode na 2001 meerdere (definitieve) toetsingsadviezen uit over deze deelgebieden.

Richtlijnen
De Commissie sprak in haar richtlijnenadvies (2000) haar waardering uit voor de keuze om op het niveau van het Ontwikkelingsplan een MER op te stellen. Het gekozen tijdstip en de omvang van het plangebied maakten het namelijk mogelijk om, ondersteund met m.e.r. een integraal plan te ontwikkelen voor het gehele gebied.

Toetsing: Ontwikkelingsplan Leeuwarden-Zuid en ophoging gronden Techum
In dit toetsingsadvies (mei 2001) spreekt de Commissie waardering uit voor de invulling van de scenariobenadering. Zij spreekt nog geen eindoordeel uit over de vraag of het MER voldoende informatie bevat voor de besluitvorming over het gehele plangebied waarop het MER betrekking heeft. Een formeel besluit hierover is namelijk niet in procedure gebracht. Een definitief oordeel kon pas worden gegeven op het moment dat concrete bestemmingsplannen in procedure worden gebracht. Zij beval o.a. aan om na te gaan of extra knopen (met hoge woondichtheden) mogelijk zijn in het westelijk deel van het plangebied om randvoorwaarden te stellen om te komen tot afgeronde ontwikkeling van deelgebieden en de keuze voor de vanuit milieuoptiek suboptimale fasering van deelgebieden goed te motiveren.
Het MER moest ook het eerste formele besluit onderbouwen: het verzoek om vrijstelling van het bestemmingsplan voor ophoging van gronden voor de planfase Techum. De Commissie concludeerde dat het MER hiervoor voldoende informatie bevat.

Toetsing: planfase A
Het tweede formele besluit waarvoor het MER Leeuwarden-Zuid de informatie moet bieden, was het bestemmingsplan Leeuwarden-Zuid Fase A (oktober 2002). De “Oplegnotitie beschreef hoe het ontwerp-bestemmingsplan fase A zich verhield tot de scenario’s zoals beschreven in het MER Leeuwarden-Zuid en op onderdelen werd de informatie geactualiseerd.
Het gehele plan in beeld brengen, ook als er wordt gekozen voor een gefaseerde aanleg over lange termijn. In haar uitspraak over deelplan Fase A oordeelde zij tevens dat de milieueffecten onderzocht dienen te worden op het detailniveau en met een mate van uitgebreidheid die aansluiten bij het niveau van een bestemmingsplan.

In haar uitspraak over plandeel Techum gaf zij aan dat ten aanzien van alle woningbouwprojecten binnen het project De Zuidlanden, waarvan voorzien wordt dat zij in de komende 10 jaar, tot uitvoering worden gebracht, het detailleringsniveau van het milieueffectrapport logischerwijs hoger dient te zijn dan voor de overige woningen waarop de activiteit ziet.

Toetsing: plandeel Techum
Deze toetsing (april 2006) had (opnieuw) betrekking op het plandeel Techum, vanwege de Raad van State uitspraak. De Commissie oordeelde (opnieuw)dat de essentiële informatie in het MER aanwezig was. Zij adviseerde bij het besluit informatie te geven over: verkeersintensiteiten en capaciteiten van kruispunten inlaat van gebiedsvreemd water.

Toetsing: Plandeel Oost
Deze toetsing had betrekking op het plandeel Oost, dat feitelijk overeenkomt met het plangebied van Planfase A (toetsing). De Commissie constateerde een essentiële tekortkoming.  De plankaart en het voorontwerp bestemmingplan maakten namelijk meer invullingen mogelijk, dan waarbij in het MER De Zuidlanden van uit was gegaan.
Het ging om de volgende onderwerpen: Het gebied voor bebouwing was aanzienlijk groter dan het buurtschap Wiarda, zoals beschreven in het MER.

Het MER De Zuidlanden gaat uit van een waterrijke invulling van het oostelijk deel van het plangebied. De minimale eis van 9% water in het bestemmingsplan sloot hier niet op aan. Het voorontwerp bestemmingsplan maakte via een wijzigingbevoegdheid een tweede buurtschap mogelijk. Het MER De Zuidlanden geeft hierover geen informatie op bestemmingsplanniveau. De plankaart van het voorontwerp bevatte een bestemming kantoorgebouwen, gesitueerd aan de Drachtsterweg. Deze komt als onderdeel van het voornemen niet voor in het MER.

De gemeente heeft het ontwerp bestemmingsplan, als aanvullende informatie, aan de Commissie voorgelegd. Het voornemen in dit ontwerp bestemmingsplan is geconcretiseerd en ingeperkt en een toelichting is gegeven op de kantoorfunctie. De Commissie constateerde dat daarmee het MER de Zuidlanden aansloot op het ontwerp bestemmingsplan.

Toetsing: bestemmingsplan Jabikswoude
Deze toetsing had betrekking op het deelgebied Jabikswoude ten zuiden van Techum. De Commissie oordeelde dat voldoende informatie voor besluitvorming aanwezig was. Zij adviseerde om in het bestemmingsplan het maximale aantal van 350 woningen, zoals beschreven in het MER, expliciet vast te leggen.

Op 26 mei 2008 stelde het gemeentebestuur van Leeuwarden, het bestemmingsplan Jabikswoude vast.

Juridische procedures
Op 30 juli 2008 keurde de Raad van State het bestemmmingsplan Techum goed. Eén van de overwegingen hierbij was dat met het onherroepelijk zijn van het vrijstellingsbesluit ex art 19 Wro voor de ophoging van de gronden in Techum, voldaan was aan de m.e.r. plicht voor het gehele gebied de Zuidlanden.

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. Henk Everts

ir. Frans de Haas

ir. Gerard Jan Hellinga

ir. Jan Termorshuizen

voorzitter

dr. Dick Tommel

werkgroepsecretaris

ir. Veronica ten Holder

Projectinformatie

Start advisering

3 maart 2006