De gemeente Den Haag wil het gebied Laakhaven Centraal herontwikkelen. Deze stedelijke ontwikkeling, onderdeel van het overkoepelende ‘Central Innovation District’ (CID), moet voorzien in 6.086 nieuwe woningen, bijbehorende voorzieningen, horeca en kantoorfuncties. Ook komen er een stadspark en een mobiliteitshub. Om deze herontwikkeling ruimtelijk mogelijk te maken, wordt een omgevingsplan opgesteld. Voordat de gemeenteraad over dit plan besluit, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport.
Hoofdpunten uit het advies
Toetsingsadvies
In het rapport zijn geen alternatieve inrichtingen onderzocht. Hierdoor is niet in zicht of optimalisaties mogelijk zijn om negatieve effecten te voorkomen of verminderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de negatieve effecten op bezonning, geluid en verkeersveiligheid. Ook is hierdoor niet in zicht of de gestelde doelen voor Laakhaven Centraal en het CID-gebied behaald kunnen worden. Dit geldt voor meerdere aspecten van de leefbaarheid van Laakhaven Centraal, zoals voldoende gebruiksgroen en speelplaatsen. Daarnaast zijn de effecten op mobiliteit en cultureel erfgoed onvolledig in beeld gebracht. De Commissie wijst tot slot op het belang van monitoring van de effecten en de mate van het behalen van de doelen voor het CID-gebied.
De Commissie adviseert het rapport aan te vullen met deze informatie, voordat een besluit wordt genomen over het Omgevingsplan Laakhaven Centraal.
Advies reikwijdte en detailniveau
De Commissie adviseert om alternatieve inrichtingen te onderzoeken voor de herontwikkeling. Focus hier op leefkwaliteit en op klimaatbestendigheid en breng de effecten daarvan in beeld. Gebruik de resultaten om de herontwikkeling te optimaliseren. Kijk ook naar de samenhang met andere plannen in het CID, naar de doelen van overkoepelend beleid en naar de fasering van de herontwikkeling. De Commissie wijst ook op het belang van goede monitoring om te kijken of onderzochte milieueffecten optreden.