749

Locatiekeuze grootschalige oppervlaktewaterwinning Overijssel

De Waterleidingmaatschappij Overijssel (WMO) heeft het voornemen om uit vijf potentiële locaties in de provincie Overijssel twee locaties te selecteren voor grootschalige oppervlaktewaterwinning ten behoeve van drinkwatervoorziening, met een gezamenlijke capaciteit van 30 miljoen m3 per jaar1. Het MER wordt opgesteld voor een besluit tot ruimtelijke reserveringen voor de geselecteerde locaties door de provincie (en betreft dus niet de inrichting van locaties). 

 

1 In de startnotitie en de richtlijnen werd nog uitgegaan van een gezamenlijke capaciteit van 40 miljoen m3 per jaar en zes potentiële locaties. In het MER wordt uitgelegd en onderbouwd waarom de te realiseren capaciteit 30 miljoen m3 per jaar bedraagt en waarom de locatie Duursche Waarden inmiddels is afgevallen. 

 

Hoofdpunten uit het advies

Het MER is integraal: naast milieuaspecten worden ook andere aspecten bezien. Op verzoek van de provincie Overijssel heeft de Commissie haar richtlijnenadvies gebaseerd op reeds door de provincie opgestelde conceptrichtlijnen. 

In het toetsingsadvies concludeert de Commissie, dat het MER grotendeels van goede kwaliteit is. In het bijzonder goed is de beschrijving van de bestaande hydrologische situatie, de geohydrologische effecten en de samenvatting. Op enkele onderdelen ontbreekt echter essentiële informatie: de mogelijkheid alle benodigde water op één locatie te winnen in plaats van twee, de situering van zuiveringsgebouwen buiten de locatie, de onderbouwing van weegfactoren en de toepassing van een gevoeligheidsanalyse. Verder beveelt de Commissie aan bij de besluitvorming nader aandacht te besteden aan onder andere de effecten van het voornemen in andere provincies en de effecten van watertransportleidingen.

Op 9 februari 1998 wordt aanvullende informatie ter inzage gelegd en voor advies aan de Commissie voorgelegd. De Commissie constateert in haar aanvullend toetsingsadvies, dat de aanvulling de essentiële informatie voor de besluitvorming bevat. Ook is hierin ingegaan op de aanbevelingen van de Commissie in het toetsingsadvies. De Commissie plaatst kanttekeningen bij de gehanteerde waterbehoefteprognose (mogelijk te hoog), veiligheidsmarge (zeer ruim) en de constatering in de aanvulling dat diepinfiltratie als winningstechniek minder beproefd’ zou zijn dan oppervlakte-infiltratie. Op grond hiervan beveelt de Commissie de initiatiefnemer aan om tijdens de inrichtingsfase voor- en nadelen van de als eerste te ontwikkelen locatie nog eens af te wegen. Op grond van vooral bedrijfstechnische en economische voordelen stelt de initiatiefnemer voor om eerst de locatie Koppelerwaard (oppervlakte-infiltratie) te ontwikkelen. Het eerst ontwikkelen van de locatie Leeuwterveld (diepinfiltratie) heeft echter volgens de aanvulling meer milieuvoordelen. (Overigens heeft het besluit van de provincie alleen betrekking op de ruimtelijke reservering van locaties en niet op de volgorde bij de realisatie van deze).

Bij brief van 12 mei 1998 geven Gedeputeerde Staten aan dat de locaties Leeuwterveld en Koppelerwaard gereserveerd zijn. De definitieve aanwijzing van nieuwe waterwinningslocaties wordt meegenomen in het voorontwerp-waterhuishoudingsplan 2000.

 

Samenstelling van de laatste werkgroep

prof. dr. Wladimir Bleuten

ir. Bert van Ee

ir. Grakist

drs. Rob Mooren

prof. dr. Martien Wassen

voorzitter

drs. Leni van Rijn-Vellekoop

werkgroepsecretaris

drs. Rob Verheem

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Provincie Overijssel

Initiatiefnemer

Waterleiding Maatschappij Overijssel N.V.

Laatste advies uitgebracht op

4 mei 1998