1001

Inrichting zuidelijke Lekuiterwaarden

Om – in het kader van Ruimte voor de Rivier – een duurzame oplossing tegen overstromingen te ontwikkelen en om de ontwikkeling van nieuwe natuur te bevorderen is het voornemen ontwikkeld om meer dan 100 ha in de zuidelijke uiterwaarden van de Lek te ontkleien op het traject Nieuwpoort – Everdingen. De gewonnen klei zou moeten worden aangewend voor de dijkversterkingen van de trajecten Zederik (Tienhoven – Lexmond), Hagestein – Everdingen en de Diefdijk (Leerdam – Everdingen).

Hoofdpunten uit het advies

Het MER is tegelijk met de MER’en voor de Dijkversterking Hagestein – Everdingen (project 841) en de Dijversterking Zederik (project 767))ter visie gelegd. In haar toetsingsadvies voor de drie MER’en constateert de Commissie dat met de drie MER’en een goed, samenhangend beeld is ontstaan van de mogelijke alternatieven en hun milieueffecten. Het MER zuidelijke Lekuiterwaarden biedt voldoende informatie voor de besluitvorming. Geadviseerd wordt om, gezien het grote volume specie en de mogelijke verontreinigingen, tijdig, voor de start van de uitvoering aan te geven hoe met deze specie wordt omgegaan. Daarnaast adviseert de Commissie om de wijze van (agrarisch) natuurbeheer in de uiterwaarden bij de besluitvorming vast te leggen.

In het besluit van april 2001 zijn beide adviezen over genomen.

Samenstelling van de laatste werkgroep

ir. Gyula Flóriàn

drs. Marinus Kooiman

dr. Hans Sprangers

voorzitter

dr. Dick Tommel

werkgroepsecretaris

ir. Veronica ten Holder

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Provincie Zuid-Holland

Initiatiefnemer

Rijkswaterstaat, Hoogheemraadschap Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden

Laatste advies uitgebracht op

28 november 2000