852

Dijkversterking Jaarsveld - Schoonhoven

De noordelijke Lekdijk, dijkvak 86 − 95,1 en 136 − 192,3 in de gemeenten Lopik en Schoonhoven moet worden verbeterd Het gedeelte tussen dp. 91,5 en 136 is al verbeterd en voldoet aan de huidige veiligheidsnormen. 

 

Hoofdpunten uit het advies

Conform datgene wat in de richtlijnen is gevraagd zijn in de projectnota/MER zowel alternatieven uitgewerkt gebaseerd op de huidige Maatgevende Hoogwaterstand (MHW) als op MHW's waarbij rekening wordt gehouden met een mogelijk hogere afvoernorm van 16.050 m3/s in de toekomst. Wat betreft de uitwerking van de verschillende alternatieven constateert de Commissie dat voldoende inzicht is gegeven in de consequenties van de verschillende MHW's voor de kruinhoogte. De dimensionering van de bermen is alleen geoptimaliseerd voor de mogelijk toekomstige MHW's. Vervolgens wordt opgemerkt dat het ruimtebeslag bij toepassing van de hogere MHW's vrijwel gelijk is aan de lagere MHW's. De Commissie merkt echter op dat niet inzichtelijk is gemaakt wat het ruimtebeslag bij toepassing van de lagere MHW's is als uitgekiend wordt ontworpen. Aangezien kan worden ingeschat dat de verschillen in ruimtebeslag tussen de verschillende MHW's marginaal zullen zijn en daardoor niet onderscheidend zullen zijn voor de verschillende alternatieven, beschouwt de Commissie dit niet als een essentiële tekortkoming. Wel wijst zij er nadrukkelijk op dat de MHW's gebaseerd op een afvoernorm van 15.000 m3/s de wettelijke norm zijn voor dijkverbeteringen. Dit betekent dat in een MER voor een dijkverbetering altijd voldoende informatie moet zijn opgenomen over de milieugevolgen van een dijkverbeteringsplan dat op deze norm is gebaseerd. 

In het besluit van de provincie is tevens opgenomen dat er een evaluatieprogramma opgesteld dient te worden voor het volgen van de effecten tijdens en na uitvoering van het project.

In dit project is een nieuw systeem van lozing van kwelwater geïntroduceerd, waardoor sloop van gebouwen overbodig bleek en ook andere dure oplossingen niet nodig bleken. Uit de evaluatie moet komen, of dit systeem goed werkt.

 

Samenstelling van de laatste werkgroep

ing. Harma Horlings

ir. Jouke Kuipers

drs. Gerda van Laar-Melchior

prof. dr. Rob Leuven

voorzitter

drs. Leni van Rijn-Vellekoop

werkgroepsecretaris

drs. Jorritsma

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Utrecht, Provincie Zuid-Holland

Initiatiefnemer

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Laatste advies uitgebracht op

26 mei 1998