Oprichting bovenregionaal logistiek park Midden- en West-Brabant
Hoofdpunten uit het advies
Advies Reikwijdte en detailniveau
De Commissie acht de volgende punten essentieel voor de inhoud van het milieueffectrapport. Dat wil zeggen dat het MER onvoldoende basis biedt voor het meewegen van het milieubelang in de besluitvorming, als het MER niet op onderstaande punten ingaat:
- Een onderbouwing van de behoefte aan een logistiek bedrijventerrein van deze omvang, mede in relatie tot de aanwezigheid van concurrerende bedrijventerreinen elders in Midden- en West-Brabant en daarbuiten.
- Een onderbouwing van de locaties die zijn meegenomen in de locatieafweging en inzicht in de mogelijkheden om gecombineerde alternatieven van verschillende locaties (samen 150 hectare) te realiseren.
- Een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu op en nabij de te onderzoeken locaties, inclusief de autonome ontwikkeling hiervan.
- Per locatie een beschrijving van die milieueffecten die onderscheidend en mogelijk kritisch zijn. De Commissie denk daarbij met name aan de effecten op verkeer en vervoer (ontsluiting), natuur (Natura 2000), luchtkwaliteit en geluidhinder.
- Een beoordeling van de locatiealternatieven conform het beoordelingskader opgenomen in de Notitie Reikwijdte en Detailniveau, aangevuld met:
- het aspect klimaatbestendigheid (o.a. kwetsbaarheid van het watersysteem voor calamiteiten);
- de effecten op verkeer en vervoer, natuur, luchtkwaliteit, geluidhinder en externe veiligheid, in cumulatie met de autonome ontwikkeling.
- Een zelfstandig leesbare samenvatting die een goede afspiegeling vormt van de inhoud van het MER, en de bestuurlijke keuzes inzichtelijk maakt inclusief de consequenties daarvan.
Toetsing
Het plan-MER is gereed gekomen en is door de Commissie getoetst in het kader van de besluitvorming over de interim structuurvisie Brabant (projectnummer 2011). Voor het oordeel van de Commissie over dit plan-MER, zie aldaar.