Roel Sillevis Smitt
jurist en werkgroepsecretaris
NB Tussen richtlijnenadvies en toetsingsadvies heeft correspondentie plaatsgevonden met het bevoegd gezag. Daaruit blijkt dat op advies van de Commissie het bevoegd gezag aan de Duitse autoriteiten heeft gevraagd om gezamenlijk een MER voor het gehele terrein op te stellen. Omdat de Duitse autoriteiten hebben aangegeven dit niet noodzakelijk te vinden, is met de Commissie afgestemd dat het MER zich beperkt tot het Nederlandse deel.
Klik hier voor projectinformatie (P1490).
Op 23 juni 2009 hebben Gedeputeerde staten van Drenthe het bestemmingsplan ‘Europark Heege-West’ van de gemeenteraad van Coevorden goedgekeurd. Dit plan voorziet in een actuele juridisch-planologische regeling voor het Nederlandse deel van het grensoverschrijdende bedrijventerrein Europark.
Volgens appellant zijn Gedeputeerde Staten ongemotiveerd voorbij gegaan aan het standpunt dat:
Overwegingen van de bestuursrechter
Ad 1.
Gedeputeerde Staten hebben in het goedkeuringsbesluit verwezen naar de Commissie m.e.r. die heeft geadviseerd dat het MER zich op het gehele Europark dient te richten, maar niettemin heeft geoordeeld dat voor het voorliggende besluit over het Nederlandse gedeelte voldoende informatie aanwezig is.
Volgens de Afdeling volgt uit het richtlijnenadvies dat de Commissie m.e.r. meent dat het MER zich moet richten op het gehele Europark. In het toetsingsadvies van de Commissie is vermeld dat het MER zich nu vooral beperkt tot het Nederlandse deel, maar dat voor het voorliggende besluit voldoende informatie aanwezig is. Gelet hierop zijn Gedeputeerde Staten volgens de Afdeling niet ongemotiveerd aan het standpunt van de appellant dat het MER zich op het gehele Europark moet richten, voorbij gegaan.
Ad 2.
Hoewel in het goedkeuringsbesluit niet expliciet op dit punt is ingegaan, hangt dit standpunt volgens de Afdeling nauw samen met de hiervoor behandelde bedenking dat het MER zich op het gehele Europark dient te richten. Daarop is het besluit wel in gegaan. Een aantal maatregelen uit het MER is overgenomen in het bestemmingsplan. Omdat appellant niet heeft aangegeven welke maatregelen nog meer hadden moeten worden opgenomen in het bestemmingsplan, is deze niet benadeeld door het feit dat Gedeputeerde Staten niet expliciet erop in zijn gegaan.
Uitspraak
De beroepen zijn ongegrond.