De digitalisering was een verademing

Interview met Greet Lesman

organisatienieuws

Gepubliceerd op: 6 oktober 2026

Greet Lesman begon in maart 1998 als projectondersteuner bij de Commissie voor de milieueffectrapportage. Wat heeft zij in de loop der jaren zien veranderen? “De Commissie is veel efficiënter geworden en de omgangsvormen zijn veranderd. Het is een stuk losser geworden. En de digitalisering natuurlijk. Dat was echt een verademing.”

Ik ben projectondersteuner en zorg samen met de werkgroepsecretaris dat een adviestraject gladjes verloopt. De secretaris is de chirurg en ik ben de operatie-assistente, zeg maar.”

“Ik had gesolliciteerd en was in eerste instantie afgewezen, maar ik vond het zo’n leuk gesprek dat ik na de afwijzing een brief schreef dat als er nog een plekje vrij zou komen, ik die wel wilde. Omdat diegene die aangenomen was al na een paar maanden vertrok, kreeg ik de baan alsnog.

“In het begin vond ik het eigenlijk helemaal niet zo leuk bij de Commissie. Ik vond het een beetje… ja ouderwets. Mensen zaten allemaal in aparte grauwe kamertjes en de werkwijze vond ik ingewikkeld. Het was bijna schokkend om te zien dat ieder document -echt letterlijk van memo tot rapporten, zienswijzen en voorkanten van documenten, MER’en en bijlagen- moest worden uitgeprint en voorzien van een projectnummer. Ik weet nog dat bij het uitprinten van al die documenten de printer vaak vastliep en collega’s supergeïrriteerd door de gang liepen. Dat is gelukkig voorbij. Het was een hels karwei om dat allemaal te archiveren. Al moet ik wel zeggen dat we daardoor alles wel heel makkelijk terug konden vinden.”

“Ik snapte er in het begin ook helemaal niks van. Wat was nou een “MER”? Ik kende het vakjargon niet en begreep het mer-traject niet meteen Ik dacht waar ben ik in beland? Maar na een tijdje viel het kwartje en toen ging het een heel stuk beter.”

“Er is veel leuk aan dit werk.  Hoewel de adviestrajecten bijna allemaal hetzelfde zijn, zijn ze toch ook weer iedere keer anders. De samenstelling van de werkgroep verschilt en ook het contact met bevoegd gezag is iedere keer verschillend.  Soms zijn het een beetje stroeve, ambtelijke contacten, maar in de loop der jaren zijn de meeste losser geworden, merk ik. Doordat mensen mijn naam kennen en zij vaak zelf ook al langere tijd op hun plek zitten, is de samenwerking makkelijker geworden. Ook met deskundigen is dat zo.  Sommigen zijn er al net zo lang als ik.  Af en toe maak ik een praatje met een deskundige op het espressoplein. Dan hebben we naast het mailcontact ineens ook een ‘plaatje bij het praatje.”

“Ik heb ondertussen bijna 1000 adviestrajecten gedaan en als ik nu door Nederland rij, dan ben ik best een pietsie trots als ik roep ‘hé, dat was een project van mij’, ook al weet ik dat ik maar een piepklein schakeltje ben geweest in het hele proces.”

“Ik werk hier nu achtentwintig jaar dus ik heb door de jaren heen heel veel mensen zien komen en gaan en het ontzettend zien veranderen. De digitalisering was een hele verademing. De deskundigen kregen geen dozen met MER’en meer thuisgestuurd en we konden bijna naar een kleiner kantoor, zoveel papier ging ineens weg.  Hup, zó de vernietiging in.  Achteraf vraag je je af waarom we alles zo dichtgetimmerd wilden hebben op papier.

De Commissie mer is ook veel bekender is geworden. We staan vaker in de krant en ik merk dat veel overheden ons niet meer als een obstakel zien dat plannen kan tegenhouden, maar als iets dat bij de besluitvorming helpt en een dure rit naar de Raad van State kan voorkomen. De omgangsvormen binnen de Commissie zijn losser geworden. Vroeger waren de voorzitters ‘u’, nu zijn ze ‘je’ en weten ze wie de ondersteuners zijn. De Commissie heeft er door de jaren heen veel aan gedaan om zichzelf op de kaart te zetten. Dat heeft verandering gebracht in werkwijze, maar ook mooie resultaten opgeleverd. ”

“Met de digitalisering is mijn werk erg veranderd, veelzijdiger en intensiever geworden. Leuker ook. We kregen de OVO’s erbij (contracten met deskundigen, red), en de Perslijst (ondersteuners sturen ook de persberichten, red), je moet de griffie aanschrijven en een advies moet op de website gepubliceerd worden. Het zijn allemaal kleine dingetjes die ons werk diverser hebben gemaakt, maar ook intenser. Je moet er wel goed bij nadenken. Je bent soms wel met tien projecten tegelijk bezig en continu aan het schakelen. Het is topsport in je bovenkamer. Het is in de loop der jaren zo sluipenderwijs steeds ingewikkelder geworden. En ieder traject is anders. Er zijn recht-toe-recht-aan projecten, maar bij bijvoorbeeld een Schiphol-advies heb je vaak grote werkgroepen met veel overleggen en soms ook weer sub-groepjes en er gaan heel veel mails rond. Een hele toer om dat goed te regelen.”

“Als je ergens zo lang werkt als ik, dan weet je wat je doet en bouw je vertrouwen op en dat is fijn. Na bijna achtentwintig jaar is het voor mij gesneden koek. De anderen komen ook vaak naar mij omdat ik veel weet. Ook uit het verleden. Ik ben een gewoontemens. Ik vink na achtentwintig jaar nog steeds mijn lijstje af, want anders raak ik het spoor bijster met al die verschillende projecten met hun eigen werkgroep en elk in hun eigen stadium.  Ik ben geen carrièretijger of jobhopper. Ik vind het werk leuk en ik heb aardige mensen om me heen. Dan is het al snel goed. De Commissie is een goede werkgever met oog voor de mensen. Er is veel respect voor elkaar en je mag jezelf zijn.

Ze laten me lekker mijn gang gaan. Ik zit hier goed.”

Meer weten over de geschiedenis van milieueffectrapportage en onze organisatie? Lees erover op onze jubileumpagina!