Omgevingswet en milieueffectrapportage

De Omgevingswet is in maart 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. De meeste regels over milieueffectrapportage komen in het Omgevingsbesluit. De Omgevingswet, de bijbehorende AMvB’s, de Invoeringswet en Invoeringsbesluit Omgevingswet geven een totaalbeeld van de Omgevingswetgeving.

Wat houdt de Omgevingswet in?

Met de Omgevingswet wil het kabinet:

  • De verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu, water, bouwen, infra, natuur etc. integreren.
  • Duurzame projecten stimuleren.
  • Gemeenten, provincies en waterschappen meer ruimte geven voor eigen initiatieven in hun omgevingsbeleid.
  • Knelpunten in het huidige omgevingsrecht opheffen.
  • Procedures versnellen en vereenvoudigen, en de onderzoekslast verminderen.

De scope van de wet is verruimd: van verschillende sectorale belangen naar fysieke leefomgeving. Beoogd is om het beschermingsniveau gelijkwaardig te laten zijn aan de huidige wet- en regelgeving.

Zes kerninstrumenten

De Omgevingswet introduceert zes kerninstrumenten:

  1. Omgevingsvisie
    De omgevingsvisie is een lange termijnvisie van Rijk, provincie of gemeente en vervangt de structuurvisies, relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoersplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen.

  2. Programma
    Het programma speelt een belangrijke rol bij de uitvoering van de beleidsdoelen uit de omgevingsvisie. Het bevat maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Het kan een programmatische aanpak zijn om sectorale doelen te realiseren of aan omgevingswaarden te voldoen. Een voorbeeld is het NSL.

  3. Decentrale regelgeving
    Regels over de fysieke leefomgeving komen in één gebiedsdekkende regeling. Voor gemeenten is dat het omgevingsplan, voor waterschappen de waterschapsverordening en voor provincies de omgevingsverordening. In de regeling staan bijvoorbeeld:
    1. De omgevingswaarden
    2. Functie- en locatiespecifieke regels gericht op burgers en bedrijven.

  4. Algemene rijksregels
    De Rijksoverheid werkt zoveel mogelijk met algemene regels, om te voorkomen dat burgers en bedrijven steeds toestemming moeten vragen. Om flexibiliteit te bevorderen bevat de Omgevingswet de mogelijkheid om regels over gelijkwaardigheid en maatwerkvoorschriften op te nemen.

  5. Omgevingsvergunning
    Deze komt overeen met de omgevingsvergunning van de Wabo. Doordat er meer algemene regels zijn, wordt waarschijnlijk minder vaak een omgevingsvergunning aangevraagd. Niettemin vereist de M.e.r.-richtlijn een vergunningplicht voor projecten waarvoor, eventueel na een m.e.r.-beoordeling, een MER moet worden gemaakt.

  6. Projectbesluit
    Het projectbesluit vervangt het inpassingsplan, tracébesluit, projectplan uit de Waterwet en de coördinatieregelingen uit de Wro, Tracéwet, Waterwet en Ontgrondingenwet. Het projectbesluit strekt tot wijziging van het omgevingsplan en kan de plaats innemen van de omgevingsvergunning voor activiteiten die deel uitmaken van het project en van andere toestemmingen die nodig zijn, zoals een verkeersbesluit. Soms moet bij een projectbesluit als eerste stap een voorkeursbeslissing wordt genomen.

Wat verandert er voor milieueffectrapportage?

De factsheet M.e.r. in een notendop beschrijft hoe milieueffectrapportage momenteel is geregeld. Wat voor milieueffectrapportage verandert in de Omgevingswet leest u hieronder.
 

Plan-m.e.r.

In de Omgevingswet is gekozen voor een algemene omschrijving van de plan-m.e.r.-plichtige plannen en programma’s in plaats van de huidige limitatieve lijst met plannen (kolom 3,bijlage Besluit m.e.r.).
Wel zijn een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing benoemd als in ieder geval plan-m.e.r.-plichtig.

Een plan-m.e.r. is, net als nu, verplicht als het plan/programma kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)-plichtige besluiten of als een Passende beoordeling moet worden gemaakt op grond van de Wet natuurbescherming.

Ook advies van de Commissie m.e.r. over een plan-MER blijft verplicht. Door de algemene omschrijving kan het zijn dat ook algemene regels plan-m.e.r-plichtig zijn, als deze functie- en locatiespecifieke regels bevatten.


Inspraak over en kennisgeving van het voornemen, de reikwijdte en detailniveau-fase staan niet meer in de wet en zijn dus vormvrij. Het bevoegd gezag kan de R&D-fase mee laten lopen met bijvoorbeeld de inspraak over de Nota van Uitgangspunten van het omgevingsplan.

 

Plan-m.e.r.-beoordeling

Op de plan-m.e.r.-plicht geldt straks voor plannen over kleine gebieden of voor kleine wijzigingen een uitzondering.  Daarvoor is een plan-m.e.r.-
beoordeling nodig. Een plan-m.e.r. is dan alleen verplicht als voor de activiteit aanzienlijke milieugevolgen worden verwacht. Wat wordt verstaan onder ‘kleine gebieden’ en ‘kleine wijzigingen’ wordt uitgewerkt in het Omgevingsbesluit.

Nieuw is ook de plan-m.e.r.-beoordeling voor een plan/programma dat kaderstellend is voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige projecten en besluiten die niet in het Omgevingsbesluit zijn genoemd. Denk aan een plan dat kaderstellend is voor  een nieuwe technologische ontwikkeling die niet vermeld is in het Omgevingsbesluit, zoals een zonnepanelenpark of een getijdencentrale, maar toch aanzienlijke milieueffecten kan hebben.

 

Project-m.e.r.

De project-m.e.r.-plichtige projecten en besluiten worden opgesomd in het Omgevingsbesluit, vergelijkbaar met de huidige C en D-lijsten in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voor project-m.e.r. kent de Omgevingswet maar één procedure, die lijkt op de huidige, beperkte procedure. De uitgebreide procedure voor complexe projecten verdwijnt. Dit betekent dat advies van de Commissie m.e.r. bij project-m.e.r. vrijwillig wordt. In de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel staat wel dat advies van de Commissie gewenst kan zijn bij complexe projecten vanwege de specifieke kennis die nodig is. Let op: het projectbesluit is project-m.e.r.-plichtig, alleen de voorkeursbeslissing is plan-m.e.r.-plichtig.

 

Project-m.e.r.-beoordeling

Met de Omgevingswet vervalt het onderscheid tussen formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling. De exacte regeling wordt via het Invoeringsbesluit in het Omgevingsbesluit gevoegd.

 

Inhoud milieueffectrapport

De Omgevingswet beoogt geen wijzigingen aan te brengen aan de inhoudelijke eisen van een milieueffectrapport. Het rapport moet dus nog steeds uitgaan van de maximale mogelijkheden van het plan/project en in het rapport moeten alternatieven worden vergeleken. Omdat de kerninstrumenten waar m.e.r. aan gekoppeld is, wél nieuw zijn, is de Commissie in samenwerking met het ministerie pilotprojecten gestart om te onderzoeken hoe m.e.r. het beste hierop kan inspelen. In de factsheet Uitnodigings-planologie en m.e.r. leest u hier ook over.

 

Factsheet Omgevingswet en m.e.r.