ECLI:NL:RVS:2009:BK6743

Betreft M.e.r.-beoordeling veehouderij Uden
Datum uitspraak 16-12-2009
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden intensieve veehouderij, pluimveehouderij, m.e.r.-beoordelingsplicht, revisievergunning, drempelwaarde, m.e.r.-richtlijn, bijlage III
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 200809273/1/M2
JM 2010, 24 met noot Van Velsen
Toets 2010, 1 (p. 21)

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Ook onder de drempelwaarde van de D-lijst dient beoordeeld te worden of voor de kolom 1 genoemde activiteit een MER moet worden gemaakt. Dit moet worden gedaan aan de hand van de factoren die zijn opgenomen in bijlage III van de Europese M.e.r.-richtlijn.
  • In dit geval wordt de drempelwaarde uit kolom 2 op 50 opfokhennen na niet overschreden. Volgens de Afdeling leiden de factoren uit de M.e.r.-richtlijn daarnaast in dit geval ook niet tot een m.e.r.-plicht.
  • Een tweede uitspraak waarin naar de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 wordt verwezen vormt ABRvS 13 januari 2010 inzake een vrijstelling voor het bouwrijp maken van de oostlob van het bedrijventerrein Schiphol Logistics Park).

Casus

Er is een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer verleend voor het houden van 164.950 opfokhennen. De veehouder beschikte hiervoor al over een revisievergunning voor het houden van 120.000 opfokhennen en 15 schapen. In beroep is onder andere aangevoerd dat een m.e.r.-beoordeling plaats had moeten vinden.

Overwegingen van de bestuursrechter
Uit categorie 14 van bijlage D bij het Besluit m.e.r. 1994 volgt dat een m.e.r.-beoordeling gemaakt moet worden voor de uitbreiding van een inrichting voor het fokken van hennen, als die uitbreiding 45.000 hennen of meer behelst. In dit geval betreft de uitbreiding 44.950 hennen. De drempelwaarde wordt dus (net) niet overschreden. Gelet op het arrest van het Europese Hof van Justitie stelt de Afdeling daarnaast dat niet gebleken is dat er andere factoren zijn - zoals genoemd in bijlage III van de Europese M.e.r.-richtlijn - die ertoe leiden dat ondanks het niet overschrijden van de drempelwaarde toch een MER gemaakt had moeten worden. Het college van burgemeester en wethouders van Uden heeft terecht geconcludeerd dat er geen m.e.r. hoefde te worden doorlopen

Uitspraak
De Afdeling verklaart het beroep ongegrond.