Conclusies voor de mer-praktijk
- De Voorzitter bevestigt in deze uitspraak de regelgeving m.b.t. het niet in betekenende mate bijdragen van projecten aan de luchtkwaliteit. Deze uitspraak volgt op de uitspraak waarin de Afdeling de regelgeving van het nationaal programma luchtkwaliteit bevestigt. ABRvS 31 maart 2010, zaaknr. 200900883/1/H1 Fly-Over Utrecht Deze link opent in een nieuw tabblad
- Er kan niet worden volstaan met te stellen dat het project niet in betekende mate bijdraagt aan de concentraties fijnstof en stikstof. De Voorzitter vraagt daartoe om een nadere onderbouwing.
Casus
Op 21 december 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep een revisievergunning Wet milieubeheer verleend voor een tankstation met LPG. Appellanten hebben daartegen beroep ingesteld op 10 februari 2010 en verzocht om een voorlopige voorziening. Appellanten voeren aan dat is uitgegaan van te weinig verkeersbewegingen en dat de gevolgen voor de luchtkwaliteit onvoldoende zijn onderzocht.
Overwegingen van de voorzitter
De voorzitter stelt vast:
- dat vanaf de inwerkingtreding van het Nationaal Programma Luchtkwaliteit (NSL) projecten niet in betekenende mate bijdragen als stikstof- en fijnstofconcentratie met niet meer dan 3 % toenemen;
- dat hier niet door middel van onderzoek is vastgesteld of de grenswaarden voor fijnstof en stikstof worden overschreden;
- dat ook niet aannemelijk is gemaakt dat het project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentraties fijnstof en stikstof. Dat hiervoor een nadere onderbouwing nodig is;
- dat voorts niet is gebleken van een situatie die valt binnen de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’.
De Voorzitter wijst het verzoek om voorlopige voorziening desalniettemin af omdat op de zitting onderzoek wordt overlegd dat aannemelijk maakt dat de grenswaarden worden gehaald.
Uitspraak
De voorzitter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Inmiddels is er een uitspraak in beroep op 10 november 2011 (zaaknr. 201001551/1/M1).