ECLI:NL:RVS:2002:AE0401

Glastuinbouwlocatie Eerste Bathpolder te Reimerswaal

Jurisprudentie details

Datum uitspraak

20 maart 2002

Rechtsprekende instantie

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Soort procedure

Eerste aanleg - meervoudig

Trefwoorden

Glastuinbouw, Milieueffectrapportage-plicht (MER-plicht), Reimerswaal

ECLI-nummer

ECLI:NL:RVS:2002:AE0401

Conclusies voor de mer-praktijk

Per geval dient beoordeeld te worden of er al dan niet meer locaties voor glastuinbouw in beschouwing genomen dienen te worden.

Casus

In deze uitspraak wordt vooral gekeken naar de noodzakelijke afstand tot het Oosterscheldegebied, vanwege de mogelijke verstoring van vogels in dat gebied. Er wordt aan het MER gerefereerd met betrekking tot de kans op verstoring en welke maatregelen getroffen kunnen worden. Gedeputeerde Staten van Zeeland, hebben zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het plan op dit punt niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
Daarnaast komt de vraag aan de orde of er niet eerst een locatie-MER gemaakt had moeten worden. Maar uit het MER blijkt dat de Eerste Bathpolder op vrijwel alle punten voldoet aan de randvoorwaarden die voor projectmatige glastuinbouwvestigingen gelden. Zo heeft de locatie een ruime opzet, een goede ligging ten opzichte van hoofdinfrastructuur (Rijksweg A58), een gunstige ligging binnen Zeeland ten opzichte van België en het arbeidspotentieel in Noord-Brabant, relatief goede mogelijkheden voor collectieve nutsvoorzieningen en een gunstige klimatologische ligging. Andere voordelen van de locatie in de eerste Bathpolder zijn de omvang en de duidelijke begrenzing van de locatie.
Gelet op het bovenstaande is de Afdeling van oordeel dat Gedeputeerde Staten zich op het standpunt hebben kunnen stellen dat alternatieven voor de locatie in het MER in dit geval redelijkerwijs niet meer in beschouwing behoefden te worden genomen.