ECLI:NL:RVS:2005:AT5147

Betreft Luchtvaartterrein Lelystad
Datum uitspraak 04-05-2005
Rechtsprekende instantie  Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Proceduresoort Eerste aanleg - meervoudig
Trefwoorden luchtvaartterreinen, samenhangcriterium, voorzienbaarheid, Lelystad
Bronnen vindplaats

Zaaknummer 200408054/1

Conclusies voor de m.e.r. praktijk

  • Op basis van het geldende beleid kan de voorgenomen, voorzienbare activiteit worden vastgesteld. Indien uit beleid of openbare briefwisselingen aannemelijk is dat een voornemen maximaal zal worden ingevuld, dient daar in de m.e.r. ook vanuit te worden gegaan.

Casus

Bij besluit van 23 augustus 2004 is opnieuw – na een uitspraak van 5 november 2003 - door het bevoegde gezag beslist op de bezwaren tegen het aanwijzingsbesluit (A-besluit) van vliegveld Lelystad. Hier is beroep tegen ingesteld, waarin gesteld wordt dat ten onrechte geen MER is opgesteld. Volgens degenen die in beroep zijn gegaan, moet conform de uitspraak van 5 november 2003 en mede gelet op de planologische kernbeslissing (PKB) luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad, nog steeds worden uitgegaan van de ontwikkeling van zowel fase 1 als fase 2 van vliegveld Lelystad.
Hier wordt tegenin gebracht dat er momenteel geen zicht meer bestaat op een verdere ontwikkeling na fase 1. Daarom zou er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht gelden. Bovendien heeft het ontwerp-A-besluit nog voor 14 maart 1999 ter inzage gelegen, zodat het recht van voor die datum van toepassing is.

Overwegingen van de bestuursrechter
Op basis van de PKB Schiphol en omgeving, de PKB ontwikkeling luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad en briefwisselingen tussen de Staatssecretaris en de Tweede Kamer, stelt de Afdeling dat het geldende beleid nog steeds is gericht op de totale ontwikkeling van vliegveld Lelystad. Toekomstige wijzigingen van het aanwijzingsbesluit dienen in overeenstemming met dit beleid genomen te worden. De PKB ontwikkeling luchtvaartterreinen Maastricht en Lelystad moet daarom worden beschouwd als het kader voor de voorzienbare verdere ontwikkeling van het vliegveld. Gelet op dit beleid is nu niet aannemelijk dat van deze ontwikkeling zal worden afgezien.
De totale ontwikkeling van vliegveld Lelystad dient nog steeds te worden gezien als één samenhangende activiteit. De samenhangende activiteit is op grond van het Besluit m.e.r. 1994, zoals gewijzigd bij besluit van 7 mei 1999, m.e.r.-plichtig. De wijziging van het Besluit m.e.r. 1994 is niet relevant, omdat voor 14 maart 1999 geen ontwerpbesluit ter inzage heeft gelegen waarin werd voorzien in de totale samenhangende activiteit.

Uitspraak
Door de beslissing op bezwaar is geen gehoor gegeven aan de uitspraak van 5 november 2003. Het besluit is in strijd met art. 7.27 Wm genomen. De beroepen zijn gegrond en de beslissing op bezwaar inzake het A-besluit dient te worden vernietigd.