Interview Cor Coenrady

Interview op: 15 december 2025
Naam: Cor Coenrady
Deskundigheid: Lucht, Geur, Gerechtelijk deskundige
Deskundige sinds: 1993
Aantal mer-adviezen: 70+

 

‘Ik mag bij de Commissie ongelimiteerd kritisch zijn.’ ‘Maar je moet niet doordrammen op je deskundigheid’, zegt Cor Coenrady er meteen achteraan. “Soms is een tekortkoming die jij opmerkt, voor de besluitvorming niet essentieel. Daar moet je je overheen kunnen zetten. Een advies maak je in teamverband.” Desgevraagd heeft hij in de afgelopen 36 jaar tijd niet veel zien veranderen. De werkwijze is min of meer hetzelfde gebleven, de inhoudsvereisten van een MER zijn nauwelijks veranderd, en ook de kwaliteit van de aangeleverde milieurapporten is dat niet. “Nog steeds krijg ik af en toe een heel goed, en soms ook een heel slecht MER op mijn bureau.”

Wat ook niet veranderd is, volgens Coenrady, is de kwaliteit van de werkgroepsecretarissen en de voorzitters. Die is onverminderd hoog. Van Dick Tommel, Frans Evers en Hans Ouwerkerk tot aan Hans Mommaas. Hij heeft ze allemaal voorbij zien komen en ze waren allemaal even goed.

Steekt er niet eentje stiekem een ietsje pietsje bovenuit?

“Ik werk nu met Marja van der Tas, een echte Bestuurder. Zij kan heel goed zeggen waar het op staat. Duidelijk en onomwonden. Ook als ze niet tot in detail in de materie zit, kan ze uitleggen wat er niet goed is aan een MER. En ze kan ook heel empathisch zijn. Dat vind ik mooi. Ze is recentelijk plaatsvervangend burgemeester geweest. Dan staat er een foto in zo’n buurtkrantje van de Achterhoek en het is heel mooi hoe ze daar dan samen als burgemeester met een honderdjarige mevrouw op de foto staat.”

Wat is uw deskundigheid?

“Ik ben deskundige op luchtverontreiniging en procestechniek. Is het duidelijk hoe deze fabriek nu precies gaat werken? Je moet daarbij altijd uitgaan van de Beste beschikbare technieken. Het liefst met een plus erop. En je wilt niet alleen de gegevens van de leverancier, maar ook de cijfers van hoe zo’n fabriek in de praktijk werkt. Het wordt vaak allemaal te rooskleurig voorgesteld. Je moet ook weten wat er na twee, drie jaar draaien – als de eerste onderdelen versleten zijn – uit zo’n fabriek komt.”

Was u ook bij Tata Steel betrokken?

“Nee, nee. Dat komt, ik ben partijdeskundige voor bewoners- en milieugroepen. Dus dan kan ik niet ook aan een advies van de Commissie meewerken. Je moet dubbele petten altijd vermijden. Als je ook maar het gevoel hebt dat het niet goed zit: het MER-project niet aannemen of meteen stoppen. Ik wordt bijvoorbeeld ook wel eens gebeld en dan zeggen ze: “Jij hebt aan dat en dat advies van de Commissie mer meegeschreven. En dan zeg ik: ja, dat klopt, mijn naam staat er onder. Maar verder zeg ik er niks over. Het advies spreekt voor zich. Dat zuivere, dat is van groot belang.”

U zei daarstraks dat er weinig veranderd is. Maar er is toch een tijd van voor én na de omgevingswet? Er moeten nu omgevingsvisies geschreven worden. Wat vindt u daarvan?

“Ik vind het heel goed dat er een MER bij een omgevingsvisie geschreven moet worden. Ik heb bijvoorbeeld het MER bij de omgevingsvisie van Venray gelezen en dat vond ik erg goed.  Ik dacht zo moet het. Mooi geschreven. Keuzes en het waarom van die keuzes waren heel helder beschreven. Ik heb mijn eigen gemeenteraad en het college van B&W daarop aangesproken: Jullie moeten dat ook doen. Jullie hebben een aantal principiële keuzes te maken en die moet je niet aan de  ambtenaren overlaten. Nou ja goed. Ik heb mijn zegje gedaan in de gemeenteraad. Ik leg dat als deskundige daar uit. Maar als de wethouder wat anders wil en de gemeenteraad gaat daarin mee. Dan is dat verder hun verantwoordelijkheid. Maar ik vind dat je als gemeente de taak hebt om transparant naar je burgers over bestuurlijke keuzes te communiceren en daar is een MER – mits alles helder is opgeschreven en goed geïllustreerd – een uitstekend middel voor.”

Wat is er leuk aan deskundige zijn?

“Het gaat altijd ergens over. En je gaat op locatiebezoek. En dat kan bij een grote ammoniakopslag in de Botlek zijn waar je in een boardroom wordt ontvangen, of bij een varkensboer in Heeten, gemeente Raalte waar je op de bank in de huiskamer zit en van de boerin koffie geschonken krijgt. Laatst waren in het Friese Wijnjewoude, waarbij ik bij de voorbereiding zei: we moesten maar eens in het dorpshuis gaan zitten. Nou en dat gebeurde dan.

Maar een locatiebezoek is altijd nodig, he? Op locatiebezoek proef je de sfeer, zie je de lokale omstandigheden, want je moet snappen: waar  gaat het hier over? Want moet je je voorstellen. Dan ben je een boer in Heeten en dan moet je een MER maken. Dat kost geld!! Die man wil uitbreiden en dan komt er een wethouder die zegt daar moet een MER bij. Nou, dat heeft die dan met een adviseur gedaan en dan komen wij langs en zeggen: ja, we vinden het toch nog  niet helemaal goed. En dat was mooi. Want die adviseur begon te mopperen, maar die boer zei: Ja, ik vind dat jullie als Commissie eigenlijk wel gelijk hebben. Dat komt ook omdat de voorzitter dat dan heel netjes kan vertellen. Ik schiet weleens in de techniek maar de Commissie heeft goede voorzitters, die voor alle partijen empathie tonen. Ook de werkgroepsecretarissen vind ik trouwens vaak erg goed. Ik geef het je te doen hoor! Met alle input van die eigenwijze deskundigen; een goed en bondig advies schrijven!”

Stellingwerfs…

“Op een gegeven moment wilde een elektriciteitscentrale in Moerdijk uitbreiden. En daar was de discussie over koelwaterlozing op het Hollands Diep. Hans Ouwerkerk was daar de voorzitter van de werkgroep. En op een gegeven moment was daar verschil van mening of dat de lozingen gevolgen voor de vissen hadden. Dan maak je koelwaterlozing berekeningen en daar hebben we een intensieve discussie over gehad met de gemeente en Rijkswaterstaat. Dat was een hele leuke, inhoudelijk discussie. Wat grappig was, ik kom uit Ooststellingwerf en de medewerker van Rijkswaterstaat die bij dit project betrokken was, ook. Wij hadden dezelfde soort opvoeding gehad en in de emoties en felheid van het gesprek begonnen beiden enigszins Stellingwerfs te spreken. En Ouwerkerk, die burgemeester van Emmen was geweest, die merkte dat op een gegeven moment op maar die zei niks. Pas na afloop sprak hij mij met een grijns op zijn gezicht aan: “Wij zijn bij de Commissie gewend om in het Nederlands te spreken. Daar moest ik toen erg om lachen. Hij had gelijk, natuurlijk. Ik had het helemaal niet gemerkt.” Mensen uit bijvoorbeeld Limburg doen dat in de emotie ook.

Heeft u nog een tip aan de Commissie?

“Ik zou ervoor pleiten als de Commissie mer bij locatiebezoek ook in een separate meeting met de omwonenden zou spreken. Dat geeft veel informatie en soms kan je ook aan de bewoners uitleggen hoe het precies zit. Maar dat heeft ook een beetje te maken met mijn achtergrond als gerechtelijk deskundige want dan draait het natuurlijk om hoor en wederhoor.”