747. Hergebruik materiaalstromen VAM Wijster

De VAM is van plan haar activiteiten op het complex Wijster verder te ontwikkelen en uit te bouwen. Het huidige initiatief omvat de uitbreiding van de scheidingscapaciteit van de binnenkomende afvalstoffen in de huisvuilscheidingsinstallatie (HVI) en in de voorscheidingsinstallatie van de geïntegreerde afvalverwerkingsinstallatie (GAVI) tot een capaciteit van 150.000 ton respectievelijk 840.000 ton. Daarnaast omvat de activiteit de oprichting van vijf installaties waarin afgescheiden materiaalstromen opgewerkt kunnen worden tot secundaire grondstoffen die geschikt zijn voor hergebruik.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
03-01-1996 Datum kennisgeving
03-01-1996 Ter inzage legging van de informatie
19-03-1996 Advies uitgebracht
Toetsing
05-02-1997 Kennisgeving MER
05-02-1997 Ter inzage legging MER
01-08-1997 Toetsingsadvies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

De voorgenomen activiteit maakt deel uit van het zogenaamde VAM-concept. In dit concept vindt zoveel mogelijk voorscheiding en opwerking van deelstromen plaats. In het VAM-concept wordt er vanuit gegaan dat de resterende organische fractie gestort kan worden ten behoeve van energieterugwinning. De voorgenomen uitbreiding van de capaciteit van de VAM is niet voorzien in het Tienjarenprogramma Afval (TJP-A) 1995-2005 van het Afvaloverlegorgaan (AOO). De VAM heeft in het MER daarom niet alleen inrichtingsaspecten beschreven, maar ook een beleidsmatige vergelijking gemaakt van haar eigen verwijderingsscenario met andere scenario’s (onder meer integraal verbranden) met behulp van een levenscyclusanalyse (LCA)-studie. Daarnaast is in het MER een onderbouwing gegeven voor de gewenste afwijking van de in het Beleidsscenario voorziene verbrandingscapaciteit. 

Tegelijk met het milieueffectrapport voor de onderhavige activiteit zijn MER’en gepubliceerd over afvalstoffenberging (zie project 711) en biologisch drogen van zuiveringsslib (zie project 712). Een zogenoemd Basisdocument milieu 1996 maakt deel uit van de drie MER’en. In dit document is de huidige vergunningssituatie, de huidige milieutoestand en het totaal aan milieugevolgen van de drie activiteiten beschreven.

Naar het oordeel van de Commissie bevat het MER, inclusief later nagezonden aanvullende informatie, de essentiële informatie voor de besluitvorming. Daarbij constateert zij, zoals de VAM zelf ook in het MER aangeeft, dat in de voorgenomen activiteit wordt afgeweken van het in het TJP-A vastgestelde Beleidsscenario van het AOO. Het MER verschaft geen direct antwoord op de vraag of een dergelijke afwijking milieuhygiënisch en/of beleidsmatig acceptabel is. Deze vraag is aan de orde bij de afweging van doelmatigheidsaspecten door het bevoegd gezag, waarvoor het MER wel bouwstenen aandraagt.

In het advies plaatst de Commissie verder kritische kanttekeningen bij de wijze waarop de LCA is uitgevoerd en waarop de resultaten daarvan zijn gepresenteerd in de vorm van conclusies en ‘evaluatie’. De uitgevoerde LCA bevat naar de mening van de Commissie een aanzienlijk aantal onzorgvuldigheden of onvolkomenheden. Desondanks biedt de uitgevoerde LCA voldoende informatie om tot een afweging te komen van de verschillende verwijderingsscenario’s. De Commissie is van oordeel dat de cijfermatige weergave van de uitgevoerde LCA zodanig transparant is dat een toetsbaar beeld is geschetst van hoe het voorgenomen scenario zich verhoudt tot de andere scenario’s.

Op 16 december 1997 worden de vergunningen verleend. Hierin wordt uitgebreid op de doelmatigheid van het voornemen en de opmerkingen van de Commissie ingegaan. Tevens wordt besloten dat uiterlijk drie jaar na gebruikmaking van de vergunning een evaluatie uitgevoerd moet worden van de in het MER genoemde milieugevolgen.

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. J.W. Assink
dhr. drs. T.J. Blonk
dhr. ir. J.L.H. Nelissen
dhr. dr. A. Tukker

Voorzitter: dhr. mr. J.W. Kroon
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. A.L. Vernooij

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
NV VAM

Bevoegd gezag
Drenthe
Dagelijks Bestuur Zuiveringschap Drenthe

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Drenthe


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
D18.3 tot 1-4-2011: Wijzigen van inrichting voor diverse afvalstoffen

Bijgewerkt op: 10 jul 2018