616. Kortsluitroute Rotterdam - Pendrecht

Het plan is de aanleg van een spoorverbinding parallel aan de rijksweg A15 tussen de havenspoorlijn en de Betuweroute, als onderdeel van de Betuweroute: de zogeheten Kortsluitroute.   

Procedure en adviezen

Richtlijnen
31-05-1994 Datum kennisgeving
31-05-1994 Ter inzage legging van de informatie
21-07-1994 Advies uitgebracht
Advies voor richtlijnen
Toetsing
29-02-1996 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
04-03-1996 Kennisgeving MER
04-03-1996 Ter inzage legging MER
18-06-1996 Toetsingsadvies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

In PKB-deel 3 is het ka bi nets stand punt over de aanleg en het (globale) tracé van de Be tu we route weergegeven. De bovengenoemde spoor ver bin ding, de ‘Kortsluitroute’, werd daarin mede op grond van in spraak en adviezen als re servering opengehouden. Als ge volg van de be han de ling van het kabinetsstandpunt in de Tweede Kamer is be sloten de Kortsluitroute direct te re aliseren als onder deel van de Betuweroute. Daarom wordt hier voor een apa rte m.e.r. uitgevoerd. 

De belangrijkste punten, waarvoor in de richtlijnen aan dacht is gevraagd, zijn:

● onderbouwing van de stelling dat naast de Kort sluit rou te de Pendrechtboog niet kan worden gemist voor de ontsluiting van het Waalhavenemplacement;

● beschrijving van de gevolgen voor het (leef)milieu zonder en met Kortsluitroute.

De Commissie oordeelde dat het gevraagde in de richt lij nen helder en beknopt in het MER is behandeld en er vol doende informatie is verschaft om het milieubelang vol waardig te laten meewegen in de besluitvorming over de aanleg van de Kortsluitroute.

In de 'standpuntbepaling Kortsluitroute' heeft de Mi nis ter in augustus 1996 een voorkeurstracé aangegeven, dat zal worden uitgewerkt in een ontwerp-tracébesluit (OTB).

Bij het besluit wordt aangegeven dat het evaluatieprogramma voor de Kortsluitroute zal worden opgenomen in de evaluatie van de Betuweroute.

Tegen het besluit zijn beroepen ingediend. De rechter heeft beslist er onvoldoende belangenafwegingonderzoek was uitgevoerd naar de gevolgen van geluid-, trilling- en veiligheidsaspecten, alsook of, gelet op aantasting van de zichtlocatie, het bedrijf rendabel kon worden voortgezet. De hernieuwde afweging leidde echter niet tot andere conclusies. Wel is tracébesluit is aangepast voor een gedeelte van het tracé in verband met een gewijzigde functie van een watergang.

 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. W.J. Heijnen
dhr. ing. R.J. Houben
dhr. dr. ir. E.Ph.J. de Ruiter
dhr. ir. E.F.H. van Wouden

Voorzitter: dhr. ir. P. van Duursen
Werkgroepsecretaris: mw. drs. M. van Eck

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
N.V. Nederlandse spoorwegen
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
Rijkswaterstaat
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C02.1 tot 1-4-2011: Aanleg landelijke railweg (incl. wijzigen of weer in gebruik nemen)

Bijgewerkt op: 10 jul 2018