575. Landinrichting Weerijs bij Breda

Voor het gebied ten westen en zuidwesten van Breda - met de dorpen Rijsbergen en Effen - bestaat het voornemen om herinrichting toe te passen. Het gebied wordt de Weerijs genoemd en ontleent die naam aan de beek de Weerijs, die centraal door het gebied stroomt. In het Streekplan wordt dit gebied van circa 4880 hectare voor het overgrote deel aangemerkt als behorend tot de agrarische hoofdstructuur. Omdat het naast een agrarische functie tevens een belangrijke niet-agrarische functie vervult, is gekozen voor het instrument herinrichting.  Door de integrale wijziging van het Besluit milieueffectrapportage van 4 juli 1994 is de herinrichting m.e.r.-plichtig.  

Procedure en adviezen

Richtlijnen
08-12-1993 Datum kennisgeving
08-12-1993 Ter inzage legging van de informatie
09-02-1994 Advies uitgebracht
Toetsing
04-03-1996 Kennisgeving MER
04-03-1996 Ter inzage legging MER
20-02-1997 Toetsingsadvies uitgebracht

Opmerkingen bij de advisering

Naar het oordeel van de Commissie bevatte het VOP/MER onvoldoende informatie voor besluitvorming. Met name het in het VOP/MER beschreven meest milieuvriendelijke alternatief (mma) was naar het oordeel van de Commissie niet als mma aan te merken. Zo bevatten andere alternatieven dan het mma elementen die onderdeel van het mma dienden uit te maken. De provincie besloot het MER aan te laten vullen. De aanvulling ging in op de meeste door de Commissie geuite bedenkingen. Op enkele punten ging de aanvulling zonder motivering niet in. Dit betrof met name de mogelijkheid de Bijloop en de Hazeldonkse beek te laten meanderen. Een voorstel van de Commissie om het waterbezwaar van het uitbreidingsgebied voor de intensieve boomteelt af te leiden naar de Weerijs werd naar het oordeel van de Commissie op onjuiste gronden verworpen. Daarnaast was de Commissie van mening dat in het VOP/MER een visualisatie van de effecten van de alternatieven op het landschapsbeeld diende te bevatten. Op verzoek van de Commissie formuleerde de provincie in een brief een reactie op deze punten. De aanvulling en de brief werden bij de toetsing betrokken. De Commissie kwam tot het oordeel dat het VOP/MER inclusief de aanvulling en de brief voldoende informatie bevatte voor besluitvorming. De Commissie formuleerde wel nog enkele aanbevelingen voor het opstellen van het ontwerpplan en de aanbeveling alsnog visualisaties van de alternatieven te maken en deze met het verslag van de inspraak ter visie te leggen.  

Navraag in december 1998 leerde dat het besluit al in april 1997 genomen was. De inhoud van het besluit is de Commissie niet bekend.

Stand van zaken 2009: In juli 2009 is het ontwerp-inrichtingsplan en plan-MER opgesteld en ter visie gelegd. Onder projectnummer 2260 treft u informatie aan over de toetsing van dit plan-MER door de Commissie.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. J.A. Lörzing
dhr. ir. A.J.G. van der Maarel
dhr. dr. H. de Mars
dhr. ing. J. Reinders

Voorzitter: dhr. ing. E.M. Mastenbroek
Werkgroepsecretaris: dhr. ing. R.A.M. Post

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Landinrichtingscommissie Weerijs

Bevoegd gezag
Noord-Brabant

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Noord-Brabant


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C09.0 tot 1-4-2011: (Her)inrichting landelijk gebied met functiewijziging >= 250ha

Bijgewerkt op: 10 jul 2018