3355. Programmatische Aanpak Ecologie Grote Wateren

Nederland kent vijf grote watergebieden. Het gaat dan om de Zuidwestelijke Delta, het IJsselmeergebied, de Waddenzee, Eems-Dollard en de grote rivieren (Maas en Rijntakken). De waterkwaliteit en de natuurkwaliteit van de grote wateren is de laatste jaren op veel plaatsen verbeterd, maar nog niet overal voldoende. Sommige wateren gaan zelfs in kwaliteit achteruit. De ministers van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ontwikkelen daarom een Programmatische aanpak Grote Wateren. Rijkswaterstaat (onderdeel ministerie van I&W) heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies gevraagd. Hoe kan worden bepaald of met de aanpak de beoogde verbetering in waterkwaliteit en ecologie worden behaald?

Procedure en adviezen

Advies beoordelingskader doelbereik
06-11-2018 Adviesaanvraag
08-03-2019 Advies uitgebracht
Advies beoordelingskader doelbereik
Persbericht

Opmerkingen bij de advisering

Advies beoordelingskader doelbereik
De grote watergebieden zijn min of meer zelfstandig functionerende watersystemen. Het ligt daarom volgens de Commissie voor de hand om per watergebied te kijken welke problemen er spelen en welke oplossingen hier voor mogelijk zijn en niet afzonderlijk per project; per meer, rivier of zeearm. In de toekomst kan ook per groot water gekeken worden hoe de resultaten van de maatregelen zijn. De Commissie adviseert de Programmaaanpak vooral in te zetten om problemen op te lossen die niet binnen een gebied kunnen worden opgelost, bijvoorbeeld het tegengaan van de achteruitgang van streng beschermde natuur in een watergebied. Door herstel van getij wordt het grondwater onder de eilanden in de Grevelingen zouter en dat verkleint het leefgebied voor beschermde soorten als de groenknolorchis. Binnen het Programma kan elders geschikt leefgebied worden ontwikkeld.
 
Voorzitter Marja van der Tas: ‘Een goed monitoringprogramma per groot water is essentieel zodat tijdig bijgestuurd kan worden. Als resultaten tegenvallen, kan in de toekomst op programmaniveau worden gesignaleerd dat meer maatregelen nodig zijn en kan worden bekeken waar in Nederland dat nodig is’.
 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. ir. J.J. Bakker
dhr. drs. G.B. Dekker
mw. mr. J. Gundelach
dhr. ing. R.L. Vogel

Voorzitter van de werkgroep: mw. M.A.J. van der Tas
Werkgroepsecretaris: mw. drs. W. Smal

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
Rijkswaterstaat

Overige gegevens

Gebied: Nederland, niet provinciaal ingedeeld gebied


Bijgewerkt op: 08 mrt 2019