3202. Waste-to-Chemicals, Botlek-Rotterdam

Het Waste to Chemicals consortium wil in het Rotterdamse havengebied een fabriek bouwen voor de productie van methanol uit afval. De installatie zal circa 360.000 ton niet-gevaarlijk huishoudelijk afval en bedrijfsafval verwerken en omzetten naar circa 220.000 ton methanol. Het is een innovatief productieproces. Voordat DCMR Milieudienst Rijnmond en Rijkswaterstaat, namens de provincie Zuid-Holland en de minister van Infrastructuur en Waterstaat, besluiten over de omgevings- en waterwetvergunning zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. In een eerder advies concludeerde de Commissie dat nog belangrijke informatie in het rapport ontbrak. DCMR Milieudienst Rijnmond heeft het rapport daarop laten aanvullen en de Commissie gevraagd deze aanvullingen te toetsen.

Procedure en adviezen

Reikwijdte en detailniveau
26-01-2017 Adviesaanvraag bij de Commissie mer
02-03-2017 Ter inzage legging van de informatie over het voornemen
11-05-2017 Advies reikwijdte en detailniveau uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
Persbericht
Toetsing
26-03-2018 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie mer
25-04-2018 Kennisgeving MER
26-04-2018 Ter inzage legging MER
28-06-2018 Voorlopig advies uitgebracht
Voorlopig toetsingsadvies
Persbericht
Toetsing aanvulling op het MER
11-12-2018 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie mer
15-03-2019 Voorlopig advies uitgebracht
19-07-2021 Advies uitgebracht
Voorlopig toetsingsadvies
Persbericht
Definitief toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop
De initiatiefnemer heeft besloten om de vergunningaanvraag voor de bouw van de Waste-to-chemicals fabriek in te trekken. Een aanvulling op het eerder beoordeelde milieueffectrapport is daarmee overbodig geworden. Het definitieve toetsingsadvies is inhoudelijk gelijk aan het voorlopig toetsingsadvies.

Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop
De aanvullingen op het rapport geven meer inzicht over de kern van het productieproces en de effectiviteit van de omzetting van afval naar methanol. Dit is een belangrijke verduidelijking. De Commissie mist desondanks nog op twee onderdelen informatie voor een compleet beeld van de te verwachten milieueffecten. Zo is de effectiviteit van de voorgestelde ruwe syngasreiniging nog niet volledig inzichtelijk. Hierdoor is het onvoldoende navolgbaar of de verwachte emissies naar de lucht gehaald kunnen worden en/of lagere emissies mogelijk zijn. Een variant op dit type innovatieve fabrieken staat enkel op één andere plek in de wereld. De Commissie adviseert daarom de praktijkervaringen met de soortgelijke fabriek in Edmonton (Canada) uitvoeriger te beschrijven. Dit is van belang om een goed inzicht te krijgen in de verwachte omzetting van afval naar methanol in de Rotterdamse fabriek. DCMR Milieudienst Rijnmond heeft aangegeven dit voorlopig advies over te nemen en de gevraagde aanvullingen voor te leggen aan de Commissie.

Voorlopig toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Het rapport laat zien wat de bijdrage van de fabriek is aan de circulaire economie (hergebruik afvalstromen). Ook is duidelijk dat een CO2- reductie optreedt in vergelijking met de traditionele methanolproductie uit aardgas, een fossiele brandstof. De Commissie mist in het rapport nog belangrijke milieu-informatie over het methanolproductieproces. Mogelijk kan het afval minder goed in methanol omgezet worden dan nu beschreven. Dit heeft dan nog niet beschreven milieuconsequenties zoals meer luchtverontreiniging. Ook zijn de toekomstige geurhinder en geluidshinder nog onduidelijk. De Commissie adviseert daarom het milieueffectrapport op deze punten aan te laten passen en daarna pas te besluiten over de vergunningen. DCMR heeft aangegeven dit advies over te nemen en de aanvullingen voor te leggen aan de Commissie.

Advies reikwijdte en detailniveau
De productietechniek voor het zo volledig mogelijk omzetten van afval in methanol is gebaseerd op ervaringen van een fabriek in Canada. De geplande installatie in Rotterdam heeft een tweemaal zo grote productiecapaciteit en zal ook ander afval verwerken als in Canada. Bovendien zijn enkele installatie onderdelen niet eerder in Canada toegepast. De Commissie adviseert om de onzekerheden die hieruit voortkomen voor de bedrijfsvoering goed in beeld te brengen en vraagt expliciet aandacht voor de milieueffecten bij bijzondere en onvoorziene bedrijfsomstandigheden. Bij de opstart, uitgebruikname, storingen, calamiteiten en knelpunten bij gaslevering kunnen de milieueffecten groter zijn dan in ‘normale’ omstandigheden. Met deze informatie kan de provincie een goed onderbouwd besluit nemen over de omgevingsvergunning voor de fabriek.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

ir. Arjen Brinkmann
ir. Erik Koppen

Voorzitter: ir. Harry Webers
Werkgroepsecretaris: Tom Ludwig, MA

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Waste to Chemicals Consortium

Bevoegd gezag
DCMR Milieudienst Rijnmond

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C18.4 2011: niet-gevaarlijk afval
C21.6 2011: geïntegreerde chemische installatie

Bijgewerkt op: 19 jul 2021