3062. Zandwinning IJsselmeer

Smals IJsselmeer BV te Cuijk wil industriezand winnen uit het IJsselmeer in de gemeente De Fryske Marren. Het gebied heeft een oppervlakte van 250 hectare en is gelegen op 5 kilometer ten zuiden van de kust van Fryslân en 7 kilometer ten westen van de Noordoostpolder. Het IJsselmeer is een beschermd natuurgebied (Natura 2000), vooral omdat het een belangrijk leefgebied is voor veel watervogelsoorten. Een zandwinning van deze omvang in zo’n gebied brengt een complex toetsingstraject met zich mee. Voordat over de benodigde vergunningen en het bestemmingsplan besloten wordt, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. De minister van Infrastructuur en Water heeft de Commissie (mede namens de betrokken overheden) om advies gevraagd over het rapport.

Procedure en adviezen

Toetsing
18-06-2015 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
18-06-2015 Kennisgeving MER
19-06-2015 Ter inzage legging MER
24-09-2015 Voorlopig advies uitgebracht
Voorlopig toetsingsadvies
Persbericht
Toetsing aanvulling op het MER
16-11-2015 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
25-11-2015 Advies uitgebracht
Toetsingsadvies
Persbericht
Toetsing 2e aanvulling op het MER
04-01-2016 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
11-02-2016 Advies uitgebracht
Toetsingsadvies
Persbericht

Opmerkingen bij de advisering

Stand van zaken milieueffectrapport industriezandwinning IJsselmeer Smals (januari 2019)
De Commissie krijgt vragen over het milieueffectrapport voor de industriezandwinning van Smals in het IJsselmeer. De winning en de daaraan verbonden milieueffecten zijn veel in de media. Wat is de situatie?
 
In februari 2016 heeft de Commissie voor de derde keer geadviseerd over het milieueffectrapport van Smals (zie hieronder op de webpagina). De Commissie vond het rapport destijds ook na twee aanvullingen nog niet compleet. Zij gaf onder meer aan dat er voor watervogels nog belangrijke informatie ontbrak. Haar advies was om eerst nog te onderzoeken of het mogelijk is voor deze watervogelsoorten vooraf te investeren in de kwaliteit van het leefgebied door verbetering van de voedsel- en rustsituatie, zodat aantasting voorkomen of beperkt kan worden. De minister heeft de Commissie daarna niet meer om advies gevraagd. De Commissie heeft dan ook niet kunnen beoordelen op basis van welke informatie de nu voorliggende besluiten zijn of worden genomen, en of deze informatie voldoende (milieu)onderbouwing bood en/of biedt.
 
In de berichtgeving is ook aangegeven dat: "De commissie MER heeft maar beperkte mogelijkheden en kijkt of berekeningen goed zijn gedaan, maar kijkt niet naar de effecten, de interpretatie en de conclusie." Dit is niet juist. De Commissie m.e.r. heeft wel degelijk (meerdere) keren gekeken naar de effecten en zich uitgesproken over de vraag of op basis daarvan goede conclusies getrokken worden.
 
Toetsingsadvies over de 2e aanvulling op het milieueffectrapport
In het studiegebied komen veel beschermde watervogels voor, zoals de Toppereend en de Kuifeend. Door de zandwinning verdwijnt voor deze soorten belangrijk voedselgebied en worden vogels verstoord. Om verstoring en aantasting van leefgebied  te beperken beschrijft het rapport verschillende maatregelen. Voorbeelden hiervan zijn het instellen van een nachtelijk vaarverbod in maart en april, het bundelen van vaarroutes en het beperken van de recreatievaart. Hiermee wordt de verstoring van de vogels verminderd. De Commissie constateert echter dat met deze maatregelen nog niet aan de eisen van de natuurwetgeving wordt voldaan. De Commissie adviseert daarom te onderzoeken of het mogelijk is voor deze soorten eerst te investeren in de kwaliteit van het leefgebied door verbetering van de voedsel- en rustsituatie.


Toetsingsadvies
Het aangepaste rapport bevat nieuwe informatie waaruit slechts beperkte effecten op de natuur blijken van bijvoorbeeld vertroebeling door de zandwinning. Op één onderdeel vindt de Commissie het rapport nog niet compleet. De zandwinning zorgt ook voor extra scheepvaartbewegingen. Het is nog onduidelijk hoe negatieve effecten daarvan op watervogels, zoals Fuut, Kuifeend en Toppereend, worden voorkomen.
De Commissie adviseert daarom alsnog aanvullende maatregelen uit te werken die teveel verstoring van vogels door scheepvaartbewegingen voorkomt. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om het uitsluiten van scheepvaartbewegingen in bepaalde perioden.


Voorlopig toetsingsadvies
Het gebied dat door de zandwinning wordt beïnvloed is belangrijk voor beschermde watervogels zoals de Brilduiker en de Toppereend. De extra scheepvaartbewegingen en vertroebeling van het water door de zandwinning kunnen effecten hebben op deze vogels. Dit effect is nu nog onduidelijk. De Commissie adviseert daarom het rapport aan te passen en daarna pas besluiten te nemen over de zandwinning.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. drs. G.B. Dekker
dhr. ir. C. van der Giessen
dhr. ing. R.L. Vogel
dhr. drs. F. Wijnants

Voorzitter van de werkgroep: mw. M.A.J. van der Tas
Werkgroepsecretaris: dhr. dr. G.P.J. Draaijers

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Gemeente De Fryske Marren
Smals IJsselmeer BV

Bevoegd gezag
Gemeente De Fryske Marren
Rijkswaterstaat Midden-Nederland

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Friesland


Bijgewerkt op: 29 jan 2019