2621. Programma Hoogfrequent Spoorvervoer: 4-sporigheid Rijswijk - Delft Zuid

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu wil acht intercity’s en zes sprinters per uur tussen Den Haag en Rotterdam mogelijk maken in beide richtingen. Om dit aantal treinen te kunnen laten rijden wordt het spoor tussen Rijswijk en Delft Zuid uitgebreid van twee naar vier sporen. Het project is vastgelegd in een ontwerp-Tracébesluit. Voordat de staatssecretaris hierover een besluit neemt zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport. De staatssecretaris heeft de Commissie gevraagd het milieueffectrapport te toetsen.

Procedure en adviezen

Reikwijdte en detailniveau
21-12-2011 Adviesaanvraag bij de Commissie m.e.r.
22-12-2011 Aankondiging start procedure
22-12-2011 Ter inzage legging van de informatie over het voornemen
23-02-2012 Advies reikwijdte en detailniveau uitgebracht
Advies reikwijdte en detailniveau
Toetsing
12-12-2014 Aanvraag toetsingsadvies bij de Commissie m.e.r.
17-12-2014 Kennisgeving MER
18-12-2014 Ter inzage legging MER
28-05-2015 Toetsingsadvies uitgebracht
Persbericht
Toetsingsadvies
Voorlopig toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Toetsingsadvies
Het milieueffectrapport bevat veel relevant en gedetailleerd technisch onderzoek. Zo is er uitgebreid technisch onderzoek gedaan naar trillingen en geluid. Een begrijpelijke ‘vertaling’ hiervan voor minder technisch geschoolde of minder ingevoerde lezers vindt de Commissie noodzakelijk. Ook het ‘waarom’ van de spoorverdubbeling vraagt wat meer uitleg. Met een op onderdelen publieksvriendelijke vertaling en een betere toelichting op het ‘waarom’ van het project krijgen omwonenden en besluitvormers een goed inzicht in de te maken keuzen en kan het milieueffectrapport haar rol spelen in het publieke debat. Daarnaast beschrijft het rapport een toename van geluid- en trillinghinder in de omgeving, maar geeft geen goed overzicht van maatregelen die deze toename kunnen beperken. Hierdoor is niet duidelijk welke mogelijkheden de staatssecretaris heeft om de extra geluid- en trillinghinder te voorkomen.
De Commissie adviseert het rapport op deze punten aan te passen. De staatssecretaris heeft laten weten het advies over te nemen en het rapport aan te laten passen.

Advies reikwijdte en detailniveau
De Commissie voor de m.e.r. beschouwt de volgende punten als hoofdpunten voor het MER:

  • een beschrijving van de achtergronden van het project en de scope van de alternatieven/varianten;
  • de onderbouwing van de uitgangspunten wat betreft het toekomstig aantal reizigers, de capaciteit van de treinen, het aantal treinen en de capaciteit van het spoor, alsmede de samenhang daartussen;
  • effecten op de leefomgeving, met name geluid en de effecten daarvan op de gezondheid, en trillingen;
  • effecten op cultuurhistorie, landschap en stedenbouw.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. ir. J.A. Huizer
dhr. ir. W.H.A.M. Keijsers
dhr. ir. H. Otte

Voorzitter: dhr. ir. J.J. de Graeff
Werkgroepsecretaris: mw. ir. C.T. Smit

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
ProRail

Bevoegd gezag
Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM)

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Zuid-Holland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
001.1 Project m.e.r. uitgebreide procedure
C02 2011: spoorweg
D02.2 2011: railweg

Bijgewerkt op: 10 jul 2018