242. 380kV-hoogspanningsleiding Doetinchem - Dodewaard

Eind 1979 heeft de N.V. SEP in principe besloten tot het ringvormig sluiten van het 380 kV-koppelnet, gevolgd in 1983 door een definitief besluit tot aanleg van de ringsluiting tussen Dodewaard en Ens. Voor het tracé Doetinchem – Dodewaard, dat onderdeel hiervan uitmaakt, is, na studie van tracéalternatieven, gekozen voor het zogeheten tussentracé, dat bij Angeren de Nederrijn en diens uiterwaarden kruist. Omdat deze uiterwaarden behoren tot de meest waardevolle uiterwaarden volgens het Structuurschema Natuur- en Landschapsbehoud, is de aanleg van een hoogspanningslijn hier m.e.r.-plichtig.  

Procedure en adviezen

Ontheffing
21-08-1989 Adviesaanvraag
23-08-1989 Datum kennisgeving
23-08-1989 Ter inzage legging van de informatie
03-10-1989 Advies uitgebracht
Advies verzoek ontheffing

Opmerkingen bij de advisering

In haar toetsingsadvies concludeerde de Commissie onvoldoende informatie te hebben om tot een oordeel te komen over de vraag, of er geen belangrijke nadelige milieueffecten te verwachten zijn. Dit was gevolg van onduidelijkheid over categorie 24 van het Besluit m.e.r. De Commissie vroeg zich af of de interpretatie van de SEP, waarin alléén voor de kruising van de uiterwaarden m.e.r.-plicht gold, de juiste was, en of niet een groter lengte van de bewuste hoogspanningsleiding m.e.r.-plichtig zou zijn. Het ontheffingsverzoek bevatte echter alleen informatie over de kruising door de hoogspanningsleiding van de Angerse uiterwaarden en over de mogelijke milieueffecten daarvan.

Tevens vroeg de Commissie aandacht voor het feit, dat de m.e.r.-plicht is verbonden aan de instemming met het tracé door de Minister van EZ; deze instemming is pas aan de orde, nadat via planologische procedures traceringsalternatieven (redelijkerwijs) zijn uitgesloten. Toepassing van m.e.r. zou zinvoller zijn in een eerder stadium van de besluitvormingsprocedure, aldus de Commissie.

De beide ministers hebben hierop ontheffing van de m.e.r.-plicht verleend. Daarbij werd erkend, dat een zinvolle afweging van het tracé in dit stadium niet meer goed mogelijk was; enerzijds, omdat het verzoek zich beperkt had tot de milieueffecten van de feitelijke kruising en anderzijds, omdat de procedures van de ruimtelijke ordening zich al in een afrondend stadium bevonden. Aangegeven werd, dat bij de kruising van de Angerse uiterwaarden geen belangrijke nadelige milieueffecten zijn te verwachten.

De Minister van VROM heeft op 11 december 1989, mede namens zijn collega van LNV1 aan de SEP laten weten, dat m.e.r. is bedoeld om alternatieven af te wegen en dat het Besluit m.e.r. niet zodanig dient te worden geïnterpreteerd, dat indien de m.e.r.-plicht geldt voor hoogspanningsleidingen, doordat het tracé een gevoelig gebiedt kruist, de m.e.r. uitsluitend betrekking zou hebben op dát deel van het tracé, dat in het gevoelige gebied ligt. Om dezelfde reden zal een MER ook eerder zijn werk moeten doen dan bij het goedkeuringsbesluit van de Minister van EZ2: het MER zal vroeger in de procedure een rol moeten spelen bij de vaststelling van het tracé.

Op 28 november 1989 hebben enkele bewoners van Loo en van Duiven beroep ingesteld tegen de ontheffing van de m.e.r.-plicht. Op 15 maart 1990 hebben zij ook verzocht om de ontheffingsbeschikking te schorsen. De Raad van State wees dit verzoek op 20 april 1990 af.

Op 22 februari 1990 stelde de gemeenteraad van Bemmel het Bestemmingsplan buitengebied 1988, nr. 7 (380 kV-hoogspanningslijn) vast. GS van Gelderland besloten op 26 september 1990 aan dit bestemmingsplan goedkeuring te verlenen. Tot 18 november bestond de mogelijkheid Kroonberoep in te stellen tegen deze goedkeuring.

Op 8 november 1990 besloot de Minister van Verkeer en Waterstaat op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht om aan twee particulieren, die niet met de SEP tot overeenstemming konden komen over de aanleg van de hoogspanningslijn op hun percelen, een gedoogplicht op te leggen, omdat verdere vertraging niet meer acceptabel was.

 

1 Het Ministerie van Landbouw en Visserij had in mid dels (per 7 november 1989) ook het Natuurbeheer in zijn naam gekregen.

2 Een afschrift van deze brief is uiteraard ook gezonden aan de Minister van EZ.


 

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

dhr. drs. J.W. Beijersbergen
dhr. mr. D. Samkalden
dhr. ir. P. Vrijlandt
dhr. ir. A.J.A. Zaat

Voorzitter: dhr. drs. H.G. Ouwerkerk
Werkgroepsecretaris: dhr. drs. M. Odijk

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
N.V. SEP

Bevoegd gezag
Ministerie van Economische Zaken

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Gelderland


Categorieën Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C24.0 tot 1-4-2011: Bovengrondse hoogspanningsleiding >= 220kilovolt en >= 15km: aanleggen, wijzigen of uitbreiden

Bijgewerkt op: 10 jul 2018