126. Umweltuntersuchung zum Dollarthafenprojekt Emden

Het Dollardhavenproject bestaat uit de afsluiting van het Emder Vaarwater en de bouw van twee sluizen, waardoor een negen km lange, getijdevrije haven ontstaat en een omleiding van de Eems door de Dollard van 21 km lengte voor het scheepvaartverkeer naar de boven-Eems. Door de berging van de vrijkomende baggerhoeveelheden en de nieuwe Eemsleiding gaat ca. 800 ha wadoppervlak verloren. Het project beoogt in eerste aanleg vermindering van het baggerwerk om de toegang van de Emderhaven op diepte te houden. Een tweede reden voor de plannen is gelegen in het scheppen van gunstige voorwaarden voor de regionale ontwikkeling en een derde is vervanging van de oude zeesluis. Aangezien deze werken zouden plaatsvinden op betwist gebied’ en hiervoor volgens het Nederlandse standpunt het Eems-Dollardverdrag ontoereikend was, is een aanvullend verdrag opgesteld, dat in 1984 is ondertekend door de Nederlandse en West-Duitse regeringen. Ten behoeve van de ratificatie van dit verdrag in de Bondsdag is in opdracht van de deelstaat Nedersaksen de zusammen fassende Umweltuntersuchung zum Dollarthafenprojekt Emden opgesteld. Op 14 november 1985 keurde de Bondsdag,, op 20 december van datzelfde jaar de Bondsraad, het samenwerkingsverdrag goed. Na overleg tussen de betrokken Ministeries in beide landen is het milieurapport ter hand gesteld van de Nederlandse regering ten behoeve van de eerder genoemde consultatieprocedure. Het milieurapport is daarnaast, tezamen met het toetsingsadvies van de Commissie toegezonden aan de Tweede Kamer met het oog op de ratificatieprocedure van het verdrag.

Procedure en adviezen

Toetsing
21-10-1985 Adviesaanvraag
11-02-1986 Advies uitgebracht
Toetsingsadvies

Opmerkingen bij de advisering

Op 14 augustus 1986 verzocht de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de Commissie om een reactie op het commentaar op het toetsingsadvies dat de Duitse opstellers van het MER hadden opgestuurd, de zogeheten Stellungnahme zum Prüf bericht. De Commissie bracht de Reactie op de Stellungnahme in augustus uit.

In de Kamerbehandeling werd op 18 november 1986 als bijlage bij de Nota naar aanleiding van het eindverslag de Reactie aan de Kamer toegezonden. De Minister van Financiën van de Bondsregering heeft zich in het Sachstandsbericht zum Dollarthafen, dat aan de Bondsdag is toegezonden, kritisch uitgelaten over het project en hiervoor op de meerjarenbegroting van tot 1990 geen gelden gereserveerd. In de Bondsdag is in november 1987 een motie aanvaard waarin om een (nieuwe) m.e.r. in de zin van de EG-richtlijn werd gevraagd. Het al in gang gezette Planfeststellungsverfahren (de bestemmingsplanprocedure) is opgeschort. In Nederland heeft de Tweede Kamer op 24 februari 1987 het samenwerkingsverdrag aangenomen. Inmiddels werd in Duitsland gewerkt aan een alternatief plan1.

1 Zie project 906.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. dr. H. Bothe
dhr. prof.dr. F. Colijn
dhr. ing. J. Drost
dhr. prof.mr. J.H. Jans
dhr. drs. J.W.M. Kuijpers
dhr. prof.dr. P. Nijkamp
dhr. prof.dr. J.H.J. Terwindt
dhr. prof.dr.ir. A. Verruijt

Voorzitter van de werkgroep: dhr. dr. H. Cohen
Secretaris van de werkgroep: dhr. drs. H. Huisman

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
Deelstaatregering van Nedersaksen
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer

Bevoegd gezag
Ministerraad

Overige gegevens

Gebied: Germany; Nederland, provincie Groningen

Categorieƫn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
006 Géén m.e.r., wel advies van Commissie gevraagd

Bijgewerkt op: 01 nov 2018