1168. Ontwikkeling Zuidas Amsterdam

De activiteiten die milieu-effectrapportage (m.e.r.)-plichtig zijn betreffen:  wijziging/uitbreiding van de hoofdinfrastructuur (zowel spoorlijnen als snelweg); realisatie van meer dan 4000 woningen. Daarnaast is de realisatie van meer dan 200.000 m2 kantoorvloeroppervlak m.e.r.-beoordelingsplichtig.        

Procedure en adviezen

Richtlijnen
07-06-2001 Datum kennisgeving
02-08-2001 Advies uitgebracht
Richtlijnen
Toetsing
04-10-2004 Advies uitgebracht
Toetsing

Opmerkingen bij de advisering

De initiatiefnemers hebben ervoor gekozen de m.e.r.-procedure in twee fasen op te splitsen: eerst onderzoeken welke infrastructuurbundeloptie de voorkeur verdient en in fase 2 de verdere inrichting van de Zuidas aan de orde stellen. Het advies gaat met name in op het MER t.b.v. fase 1 en geeft een indicatie welke aspecten in fase 2 aan de orde komen. Een nadere uitwerking hiervan kan en zal pas na afronding van fase 1 plaatsvinden.

In haar richtlijnenadvies vraagt de Commissie met name aandacht voor de volgende onderwerpen:

  • Bij de uitwerking van de probleemstelling een kader/raamplan te maken waaruit criteria volgen, waaraan de alternatieven/varianten moeten voldoen;
  • Een duidelijke hiërarchie aan te geven in de doelen, waarbij ook inzicht wordt verschaft in doelen die met elkaar op gespannen voet kunnen staan;
  • De alternatieven gelijkwaardig uit te werken en ook in fase 1 een meest milieuvriendelijk alternatief te ontwikkelen.
  • Nadrukkelijk aandacht te besteden aan de verschillen in veiligheid. Geadviseerd wordt om een integrale veiligheidsanalyse op te stellen en deze in de tijd te koppelen aan het MER;
  • De kwaliteit van de samenvatting.
In juni 2004 is de Stand van Zaken MER Zuidas gepubliceerd die ingaat op het op bestuurlijke gronden vervallen van het kunstwerkalternatief. Tevens geeft deze notitie aan dat het m.e.r. niet meer in twee fasen wordt opgesplitst. In haar advies geeft de Commissie aan dat de vastgestelde richtlijnen kunnen blijven gehanteerd met een aanvulling op het aspect geluid.

Betrokken partijen

Samenstelling van de laatste werkgroep

Werkgroeplid
dhr. ir. G. Arends
dhr. dr. G.J. van Blokland
dhr. prof.dr.ir. R.E.C.M. van der Heijden
dhr. prof.mr.dr. E.F. ten Heuvelhof
dhr. ir. W.H.A.M. Keijsers
dhr. drs. L. Partouns
dhr. drs. H.H. Snel
dhr. prof.ir. M. van Witsen

Voorzitter van de werkgroep: mw. drs. L. van Rijn-Vellekoop
Secretaris van de werkgroep: mw. dr. N.W.M. van Buren

Initiatiefnemer en Bevoegd gezag

Initiatiefnemer
gemeente Amsterdam
Rijkswaterstaat

Bevoegd gezag
gemeente Amsterdam
Ministerie van Volkhv., R.O. en Milieubeheer
Rijkswaterstaat

Overige gegevens

Gebied: Nederland, provincie Noord-Holland

Categorie├źn Besluit m.e.r.

Code Omschrijving
C02.1 tot 1-4-2011: Aanleg landelijke railweg (incl. wijzigen of weer in gebruik nemen)
C01.4 tot 1-4-2011: Verbreding hoofdweg of ombouw tot autosnelweg
C02.3 tot 1-4-2011: Wijziging of uitbreiding van spoor- of busbaan
D11.2 tot 1-4-2011: Stadsproject >= 100ha of >= 200.000m3 bvo: aanleg, wijziging of uitbreiding
C11.1 tot 1-4-2011: Bouw >= 4000 woningen binnen, of >= 2000 woningen buiten bebouwde kom

Bijgewerkt op: 10 jul 2018