In 2008 startte de MIRT-verkenning Rotterdam Vooruit. Deze verkenning resulteerde in 2009 in een Masterplan Rotterdam Vooruit, een ontwikkelingsvisie voor de Rotterdamse regio voor de periode 2020-2040 waarin de bereikbaarheidsopgave wordt afgestemd op de ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen in de regio om zo te komen tot een robuust en duurzaam mobiliteitsysteem. De Commissie is in 2013 gevraagd advies uit te brengen over de plan-MER'en Rotterdam Vooruit en NWO en het effectrapport Landtunnel Krabbeplas-West.
Hoofdpunten uit het advies
Toetsingsadvies
De plan-MER'en Rotterdam Vooruit en NWO beschrijven, op enkele onderdelen na, alle relevante (milieu-)aspecten. Het detailniveau van de effectbepaling sluit goed aan op het abstractieniveau van de besluiten. Het MER in combinatie met de MKBA voor de NWO laat zien dat de Blankenburgverbinding in vergelijking tot de Oranjeverbinding positiever scoort qua economisch rendement en doorstroming (met name op de Beneluxcorridor) en negatiever qua effecten op natuur, landschap, cultuurhistorie, archeologie, geluidhinder en recreatie.
De Commissie vindt dat het Plan-MER Rotterdam Vooruit de (relatieve) bijdrage van de prioritaire vraagstukken aan het realiseren van de gewenste ruimtelijk-economische ontwikkelingen en het robuuste en duurzame mobiliteitssysteem te beperkt beschrijft. Zij adviseert deze informatie aan te vullen.
Het Plan-MER NWO, inclusief effectrapport Landtunnel Krabbeplas-West bevat veel relevante informatie. Op het onderdeel ‘natuur’ ontbreekt echter nog essentiële informatie. De Commissie adviseert de effectbeoordeling van stikstofdepositie nader te onderbouwen.