Monitoring, evaluatie en maatregelen achter de hand

Nieuwsbericht | 2 oktober 2019

Monitoring en evaluatie zijn nodig om te kunnen bepalen of gewenste doelen en voorspelde effecten ook daadwerkelijk uitkomen. Als dit niet het geval is, kan worden bijgestuurd door maatregelen in te zetten of door het beleid aan te passen. Milieueffectrapportage helpt daarbij.

Factsheet Monitoring, evaluatie en maatregelen achter de hand

Monitoren en milieueffectrapport

Het milieueffectrapport is bedoeld om inzicht te krijgen in de daadwerkelijk optredende effecten (en in het doelbereik) van plannen en projecten. Bij flexibele plannen, onzekere effecten en leemten in kennis kan dat alleen door inzet van monitoring en evaluatie.
Op basis van informatie uit het lopende project (monitoringsinformatie) wordt duidelijk wat de daadwerkelijke effecten van plannen of projecten zijn. Het geeft antwoord op vragen als: Worden de ambities en doelen gehaald? Worden milieunormen overschreden? Zijn de effecten op de leefomgeving en de natuur binnen de vooraf gestelde grenzen? (evaluatie). Vervolgens kan besloten worden of het plan loopt zoals gedacht of dat bijsturing nodig is. Voordat beleid, plan of project wordt vastgesteld, wordt aangegeven welke maatregelen worden ingezet als doelen en effecten niet uitkomen zoals voorspeld: de maatregelen achter de hand. 

Wanneer monitoren en evalueren?

Monitoring en evaluatie zijn mogelijk aan de orde als:

1.   De effecten onzeker zijn
Bijvoorbeeld bij de aanleg van een weg is het de vraag of geluidseffecten ook in de praktijk uitpakken zoals berekend, omdat er bijvoorbeeld meer vrachtverkeer is dan verwacht. Op dat moment kunnen maatregelen worden ingezet om negatieve effecten te beperken, zoals het bouwen van een geluidsscherm. 

2.   Er een leemte in kennis is
Effecten kunnen ook onzeker zijn vanwege een leemte in kennis. Zoals de onzekerheid over de bodemdaling door gaswinning onder de Waddenzee. 

3.   Ontwikkelingen nog onzeker zijn
Bij uitnodigingsplanologie of gebiedsontwikkeling is de concrete invulling van een gebied nog niet duidelijk. De ambities en doelen zijn vastgelegd, maar de concrete functies en activiteiten die daar invulling aan moeten geven nog niet. Dit vraagt om monitoren van de ontwikkelruimte of de milieugebruiksruimte in het gebied. Daarbij spelen verschillende vragen: Passen ontwikkelingen binnen de milieugebruiksruimte? Dragen ontwikkelingen bij aan de doelstellingen van het gebied?
Zie de voorbeelden van Haven-Stad Amsterdam en De Binckhorst Den Haag.

 

Omgevingswet

Monitoring en evaluatie zijn onderdeel van de beleidscyclus. Onder de Omgevingswet hebben plannen geen einddatum meer. Dat betekent dat na tien jaar het plan in principe niet hoeft te worden geactualiseerd. Dit is onder de huidige wet nog wel het geval. Visies en plannen worden onder de Omgevingswet meer flexibel en bieden ruimte aan innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen. Monitoren kan helpen om te signaleren wanneer bijsturen of ingrijpen belangrijk is. Dit kan leiden tot het inzetten van maatregelen achter de hand, aanpassingen binnen het bestaande plan, of een nieuw (deel)plan. Monitoring en evaluatie zijn ook belangrijk in de communicatie met belanghebbenden, zoals bewoners of ondernemers. Ook geeft monitoring inzicht of projecten en plannen voldoende bijdragen aan de ambities en doelen uit het beleid zoals een overkoepelende (omgevings)visie.

 

EU-richtlijn en Wet milieubeheer

Monitoring is opgenomen in de EU-richtlijn voor milieueffectrapportage en in Nederland in de Wet milieubeheer (Wm7.35 en 7.37).

De gemeente, provincie of het Rijk kan besluiten om bepaalde milieueffecten te monitoren. Ze neemt dan de monitoringsmaatregelen, procedures en wijze van monitoring op bij het besluit en stelt een monitoringsverslag op. De monitoring moet in verhouding zijn met de activiteit en de mogelijke milieugevolgen. Er kan gebruik gemaakt worden van bestaande wettelijke monitoringsregelingen om onnodig extra werk te voorkomen. Voorbeelden hiervan zijn de Kaderrichtlijn Water, NSL en actieplannen geluid.

 

Vragen voor een monitoringsplan

Monitoring

  • Zijn er leemten in kennis, onzekerheden, doelen of risico’s die aanleiding geven om te monitoren?
  • Moet de voortgang van het plan/project gemonitord worden? En de inzet van maatregelen?
  • Speelt de beleving van gebruikers een rol?
  • Levert de gekozen indicator ook beslisinformatie op om te kunnen bijsturen? Is ze nauwkeurig genoeg?
  • Wanneer wordt bijgestuurd? Wat zijn drempelwaarden of kantelpunten?
  • Met welke maatregelen wordt bijgestuurd? Wat als bijsturen onvoldoende blijkt?

Evalueren 

  • Zijn doel, activiteit en indicatoren met elkaar in lijn?
  • Is er reden om maatregelen in te zetten of om het plan aan te passen?
  • Zijn er onverwachte effecten en/of (maatschappelijke) ontwikkelingen die aanleiding geven voor bijsturing of nader onderzoek?
  • Moet de monitoring aangepast worden op basis van de nieuwste inzichten?
  • Hoe worden de resultaten gebruikt in participatie en communicatie?

Praktisch

  • Wie monitort, wie evalueert, en hoe vaak?
  • Zijn er bronnen die bruikbaar zijn, zoals monitoringsystemen op provinciaal of landelijk niveau? Kunnen indicatoren uit het milieueffectrapport en/of de foto van de leefomgeving gebruikt worden?