2668

Noordoostcorridor

De Provincie Noord-Brabant bereidt de tracékeuze voor van een aangepaste verbinding tussen Veghel en Asten en van een nieuwe oost-westverbinding tussen de A50/A58 bij Ekkersrijt en de N279. Als eerste stap in de m.e.r.-procedure zijn 'een afwegingskader' en een 'conceptnotitie reikwijdte en detailniveau (NRD)' opgesteld. Naar het oordeel van de Commissie is het project in deze fase gebaat bij eenduidig geformuleerde project- en milieudoelen. De onduidelijkheid over (de waardering van) deze doelen ziet de Commissie als het grootste risico’s om te komen tot een optimaal besluit. In vergelijking daarmee vindt ze de kanttekeningen bij de kwaliteit van de milieu-informatie die nu is verzameld, van ondergeschikt belang.

Hoofdpunten uit het advies

Advies Reikwijdte en detailniveau (2014)
De Commissie vindt het belangrijk dat het MER een scherpe definitie bevat van de project- en milieudoelen, zowel op het niveau van de gehele NOC als op het niveau van de onderdelen van het tracé, met voor ieder niveau concreet uitgewerkte toetsingscriteria. Verder beveelt ze aan om onderscheid te maken tussen oplossingsrichtingen voor actuele problemen en voor mogelijke, toekomstige problemen. Het MER dient zich te concentreren op aspecten waarin alternatieven zich van elkaar onderscheiden en op aspecten waar maatregelen het verschil kunnen maken. Tenslotte vindt de Commissie een helder verantwoorde, totale winst- en verliesrekening voor het project in termen van doelbereik en milieueffecten essentieel voor het besluit over het project.

Conceptnotitie Reikwijdte en detailniveau (2013)
De Commissie heeft in een tussentijds advies vastgesteld dat de provincie voor dit project nauwelijks een concreet en toetsbaar kader (doelen, randvoorwaarden en middelen) hanteert en dat het aanwezige kader en de inzichten in de aard en omvang van het probleem in de loop van het traject zijn gewijzigd. Naar het oordeel van de Commissie zou dit aanleiding moeten zijn om te verantwoorden in hoeverre eerder gemaakte keuzen nog valide zijn. Die verantwoording vraagt naar haar oordeel een scherpere definitie van het kader dat voor het project van toepassing is.

Afwegingskader NRD (2012)
Over het afwegingskader heeft de Commissie aanbevolen om de nadruk te leggen op die projectonderdelen waar sprake is van wezenlijk verschillende trajecten en dus van belangrijke bestuurlijke keuzes. De vier onderdelen waar volgens de Commissie bestuurlijke keuzes voorliggen zijn de passage van het Dommeldal, de tracés bij Veghel en bij Dierdonk en de oost-westverbinding tussen Lieshout en het Dommeldal. Op die plaatsen zijn de belangen van bijvoorbeeld natuur en gezondheid of van natuur en landschap moeilijk met elkaar te verenigen. In haar beschouwingen bij het afwegingskader beveelt de Commissie verder aan om de indicatoren waarmee de bereikbaarheidsdoelen worden getoetst, te gebruiken voor het vergelijken van het voorkeursalternatief met de situatie waarin het project niet wordt uitgevoerd. Tenslotte vindt zij het nodig dat het afwegingskader meer verfijnd wordt omschreven waardoor het geschikt wordt voor het maken van een onderscheid tussen de te beschouwen alternatieven.

Wat voorafging
De Commissie adviseerde eerder over project 2319 (ZuidOostvleugel BrabantStad Noordoostcorridor) en project 2491 (Structuurvisie Brainport Oost, regio Eindhoven-Helmond).

Samenstelling van de laatste werkgroep

ing. Eugène de Beer

dr. Henk Everts

drs. Roeland van Kerkhoff

ir. Jan Termorshuizen

dr. Fred Woudenberg

voorzitter

dr. Dick Tommel

werkgroepsecretaris

dr. Johan Lembrechts

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Provincie Noord-Brabant

Initiatiefnemer

Provincie Noord-Brabant

Laatste advies uitgebracht op

13 februari 2014