Het voornemen betreft het schei den en fysisch-chemisch behandelen van olie- en wa ter houdende afvalstoffen uit de scheepvaart en van industriële reini ging op het in dustrieterrein Vlis sin gen-Oost.
Hoofdpunten uit het advies
Bij de tervisielegging van het MER bleek dat Martens Scheeps- en Industriereiniging bovendien het voornemen had om geborgen wrakken uit de Westerschelde te demonteren. Gegevens hierover waren in het MER en de vergunningaanvraag opgenomen, maar in de richtlijnen was niet in deze activiteit voorzien. De Commissie heeft deze nieuwe activiteit getoetst aan richtlijnen die zij zou hebben geadviseerd, wanneer zij van de uitbreiding op de hoogte was geweest. Het eindoordeel van de Commissie is dat in het MER de essentiële informatie aanwezig is om bij de besluitvorming het milieu volwaardig mee te wegen. Wel constateert zij dat er nog akoestisch onderzoek zal moeten plaatsvinden voor de activiteiten met de scheepswrakken voordat de vergunning kan worden opgesteld. Gezien de beperkte reikwijdte van de gevolgen voor de geluidbelasting acht de Commissie het niet noodzakelijk dat de te verzamelen akoestische gegevens nog in de vorm van een aanvulling op het MER aan haar worden voorgelegd. Het toetsingsadvies bevatte verder enkele andere kleine aanbevelingen voor de vergunningverlening. Het bevoegde gezag heeft de aanbevelingen overgenomen. Het ontwerp-besluit bevatte geen evaluatieprogramma, wel monitoringsvoorschriften.