1645

Waterkrachtcentrale Borgharen

 

Het oprichten van een waterkrachtcentrale in de Maas bij de stuw van Borgharen.

 

 

Hoofdpunten uit het advies

Uit de informatie blijkt dat er belangrijke milieugevolgen te verwachten zijn op de grotere niet beschermde migrerende vissoorten zoals Paling en Zeeforel. Uit een voorzorgsprincipe zou de Commissie kunnen adviseren om een m.e.r. te doorlopen. Echter de Commissie realiseert zich dat op dit moment de huidige informatie die aan deze beoordeling ten grondslag ligt een dusdanig informatief karakter heeft dat een MER hier niet veel meer aan kan toevoegen. Naast de effectbepaling heeft een m.e.r. ook altijd een alternatievenbeoordeling in zich. Hiervoor geldt dat volgens de Commissie voor dit project hoogstens gedacht kan worden aan mitigerende maatregelen als een ‘visvriendelijk’ ontwerp (geometrie en regeling van de leid- en loopschoepen en mogelijk het toerental van de turbine) en de bedrijfsvoering van de turbines. Daarbij leveren 2 grotere turbines minder visschade op dan 3 kleinere, terwijl voor de bedrijfsvoering turbineregime 2B (Zie tabel V.2 uit het m.e.r. WKC Borgharen) gevoerd wordt.  

Derhalve komt de Commissie tot de conclusie dat de bevoegde instanties op dit moment over alle informatie beschikken om het milieubelang volwaardig te kunnen meewegen bij de besluitvorming. Zij vindt dat het maken van een MER derhalve geen toegevoegde waarde biedt.

 

 

Samenstelling van de laatste werkgroep

dr. Janrik van den Berg

ir. Brügemann

dr. Erik ten Winkel

voorzitter

drs. Marieke van Rhijn

werkgroepsecretaris

drs. Verbeek

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Maastricht, Rijkswaterstaat

Initiatiefnemer

Arbra BV

Laatste advies uitgebracht op

8 november 2005