1479

Aanleg open put(ten) Noordzeekanaal

Rijkswaterstaat Noord-Holland is voornemens om één of meerdere open putten in het Noordzeekanaal te realiseren om de bij het onderhoudswerk in het kanaal vrijkomende klasse 2 en 3 baggerspecie te kunnen bergen. Het volume van de open put(ten) is gesteld op circa 3,1 miljoen m3. Na berging van de naar verwachting 2,5 miljoen m3 onderhoudsspecie uit het Noordzeekanaal, resteert dan 0,6 miljoen m3 voor baggerspecie uit andere wateren in de provincie.

Hoofdpunten uit het advies

De Commissie heeft de volgende punten als essentiële informatie voor het milieueffectrapport aangemerkt. Het MER moet een onderbouwde afweging bevatten van de alle relevante oplossingsrichtingen. Het gaat hier om zowel de in de startnotitie voorgestelde locatie- en inrichtingsalternatieven voor storten in open putten in het Noordzeekanaal als om de mogelijkheden voor andere (deel)oplossingen zoals intensief of extensief verwerken en storten elders (in gesloten putten). Voor de beschrijving van de milieugevolgen kan het MER zich toespitsen op de gevolgen voor water, bodem, ecologie en veiligheid.

Bij brief van 26 oktober 2005 is de m.e.r.-procedure stilgelegd. De baggerwerkzaamheden worden dusdanig aangepast dat er geen m.e.r. hoeft te worden doorlopen.

Samenstelling van de laatste werkgroep

ir. Wil van Duijvenbooden

dr. Henk Everts

ir. Johan van der Gun

voorzitter

mr. Frans Evers

werkgroepsecretaris

drs. Bauk Rademaker

Projectinformatie

Bevoegd gezag

gemeente Amsterdam, Noord-Holland

Initiatiefnemer

Rijkswaterstaat

Laatste advies uitgebracht op

17 januari 2005