Commissie mer 3330
3330

Versterking Lekdijk traject Salmsteke - Schoonhoven

Het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden wil de Lekdijk aan de noordzijde tussen Salmsteke en Schoonhoven versterken, omdat deze niet meer voldoet aan de veiligheidseisen. Ook worden maatregelen voor verbetering van het beheer van de dijk meegenomen. Voordat over de dijkversterking wordt besloten, zijn de effecten onderzocht in een milieueffectrapport.

Hoofdpunten uit het advies

Toetsingsadvies
Het rapport geeft een goed beeld van de huidige situatie en de gevolgen van de maatregelen, zowel tijdens de aanleg als daarna. Daaruit blijkt dat de dijkversterking en de aanleg van beheerstroken vooral nadelige effecten hebben op natuur, archeologie en landschap. Dat komt doordat ruimte nodig is, verticale schermen worden geplaatst en bomen worden gekapt.
Volgens de Commissie laat het rapport kansen liggen. Er is te weinig aandacht voor maatregelen die negatieve effecten kunnen verminderen en hoe de dijkversterking positief kan bijdragen aan natuurontwikkeling of ruimtelijke kwaliteit. Bijvoorbeeld door een variant te onderzoeken waarin de dijk veilig wordt gemaakt, zonder extra beheermaatregelen. Zo kan over deze maatregelen een onafhankelijke afweging worden gemaakt.
Daarnaast vraagt de Commissie om aanvullende informatie over de effecten op archeologische waarden en over de noodzaak voor extra maatregelen om die effecten te beperken. De Commissie adviseert de ontbrekende informatie aan te vullen voordat een besluit wordt genomen over de dijkversterking.

Tussentijds toetsingsadvies
Het milieueffectrapport voor fase 1 geeft veel informatie over de gevolgen van de dijkversterking voor onder andere natuur, landschap, archeologie en de leefomgeving. Deze effecten worden meegewogen bij de keuze van de voorkeursoplossing. Het rapport maakt nog onvoldoende duidelijk welke maatregelen noodzakelijk zijn voor de waterveiligheid en welke maatregelen wenselijk zijn voor het beheer van de dijk, zegt de Commissie. Dit is wel van belang, omdat sommige maatregelen negatieve effecten voor natuur en landschap hebben. Dat geldt vooral voor het verflauwen van het talud en het aanleggen van beheerstroken aan beide zijden van de dijk. Het is daarom volgens de Commissie noodzakelijk dat de afweging over de ‘beheermaatregelen’ wordt losgekoppeld van het voldoen aan de veiligheidsdoelstelling. Het ligt voor de hand dat de afweging over beheermaatregelen in de planuitwerkingsfase plaatsvindt.

Samenstelling van de laatste werkgroep

prof. dr. ir. Matthijs Kok

dr. Heleen van Londen

ir. Jos Rademakers

voorzitter

ir. Kees Slingerland

werkgroepsecretaris

drs. Pieter Jongejans

Projectinformatie

Bevoegd gezag

Provincie Utrecht

Initiatiefnemer

Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden

Laatste advies uitgebracht op

18 juni 2026