Roel Sillevis Smitt
jurist en werkgroepsecretaris
NB Het is onduidelijk of de conclusies betrekking hebben op de m.e.r.-praktijk. Volgens de Spoedwet wegverbreding hoeven voor dit project sowieso geen m.e.r.-alternatieven te worden beschreven.
Bij besluit van mei 2010 heeft de minister van Verkeer en Waterstaat (thans: Infrastructuur en Milieu) krachtens de Spoedwet wegverbreding het wegaanpassingsbesluit A1 't Gooi vastgesteld. Dit wegaanpassingsbesluit heeft betrekking op het inrichten van de vluchtstroken als spitsstrook op het A1-wegvlak van aansluiting Bussum tot en met knooppunt Eemnes.
Appellanten betogen dat het wegaanpassingsbesluit het fileprobleem op de A1 ’t Gooi niet oplost. Zij voeren onder meer aan dat:
Overwegingen van de bestuursrechter
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelt voorop dat de vaststelling van een besluit zoals in dit geval aan de orde een belangenafweging vergt waarbij politieke en bestuurlijke inzichten een belangrijke rol spelen (vgl. ABRvS 15 september 2010, zaaknr. 200904401/1/M2). Het is niet aan de rechter om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen. Hij kan slechts concluderen of de gemaakte belangenafweging in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht wanneer de betrokken belangen zodanig onevenwichtig zijn afgewogen dat de minister niet in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.
Wat het gestelde verkeersprobleem betreft, heeft de minister naar voren gebracht dat uit het MER volgt dat de intensiteit/capaciteit (I/C)-verhouding op het wegvak Witte Bergen-Laren in het jaar 2020 slecht is. Daar staan in het MER drie verbeteringen tegenover:
Een ander tracé of een landtunnel is volgens de minister niet aan de orde, omdat deze alternatieven niet op korte termijn kunnen worden gerealiseerd. En daarmee dus niet snel de verlichting kan worden geboden die voor de A1 't Gooi noodzakelijk is.
Gelet op het voorafgaande heeft de minister bij afweging van belangen en na het in ogenschouw nemen van alternatieven terecht besloten tot verbreding van de A1 't Gooi. De volgende omstandigheden maken dat niet anders:
Dit leidt tot het oordeel dat de betrokken belangen zodanig evenwicht zijn afgewogen dat de minister in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen.
Uitspraak
De genoemde gerelateerde beroepsgronden worden afgewezen, maar de Afdeling geeft een tussenuitspraak: de Minister wordt in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken te motiveren dat de gehanteerde verkeersgegevens uit 2007 nog actueel zijn.
NB De beroepen zijn inmiddels ingetrokken, zodat geen einduitspraak meer volgt.