Thema Landelijk gebied

Beleid en regelgeving

Bestemmingsplan buitengebied

Bij veranderingen in de inrichting van het landelijk gebied kan m.e.r. aan de orde zijn, bijvoorbeeld bij een structuurvisie of een bestemmingsplan buitengebied waarin de ontwikkelingsruimte van veehouderij wordt vastgelegd.

Voor een bestemmingsplan buitengebied is een plan-m.e.r. procedure wettelijk verplicht als:

  • het kaderstellend is voor activiteiten die m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn volgens de Wet milieubeheer en het Besluit mer. Vaak gaat het dan om intensieve veehouderijen.
  • de activiteiten in het bestemmingsplan kunnen leiden tot significant negatieve gevolgen voor Natura 2000-gebieden, waardoor volgens de Natuurbeschermingswet een Passende beoordeling nodig is voor het plan.

Bestuurders kunnen altijd besluiten voor een bestemmingsplan buitengebied een plan-m.e.r. uit te voeren, ook als er geen sprake is van een wettelijke verplichting.

Per 1 april 2011 is het Besluit mer gewijzigd. Dit betekent dat:

  • m.e.r.-plicht bij functiewijziging is vervallen;
  • m.e.r.-beoordelingsplicht geldt bij een functiewijziging in water, natuur, recreatie of landbouw met een oppervlakte van 125 hectare of meer (categorie D9, bijlage Besluit mer).

Reconstructiewet concentratiegebieden

Sinds 1 april 2002 is de Reconstructiewet concentratiegebieden in werking. Deze wet is het kader voor de herinrichting van het landelijk gebied in de provincies Noord-Brabant, Gelderland, Limburg, Overijssel en Utrecht. 

De wet is in het leven geroepen om problemen in het landelijke gebied structureel en integraal aan te pakken. Directe aanleiding voor de wet was de varkenspestepidemie van 1997. De insteek van de wet is echter breder. De Reconstructiewet richt zich op de zandgebieden in Nederland waar een hoge concentratie van intensieve veehouderij is.

Wet inrichting landelijk gebied

De Wet inrichting landelijk gebied (WILG) vervangt de Landinrichtingswet 1985. De WILG vormt het kader voor de ruimtelijke ordening van het landelijk gebied. Gebiedsgericht werken wordt mogelijk door de bundeling van planvorming, programmering en uitvoering van rijksbeleid. Daarnaast is er een directe koppeling met één financieringsstroom: het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG).