Europese wetgeving

Implementatie M.e.r.-richtlijn uiterlijk mei 2017

Uiterlijk in mei 2017 moet de wijziging van de M.e.r.-richtlijn in het Nederlandse recht zijn geïmplementeerd. Op 25 januari 2017 is hiervoor een wet aangenomen. Het Besluit m.e.r. wordt hier ook op aangepast. Het wijzigingsbesluit dat deze aanpassing regelt, is eind 2016 voorgepubliceerd.



Reactie Commissie EU-richtlijn project-m.e.r.

De Commissie m.e.r. reageerde in maart 2015 op de internetconsulatie voor het wetsvoorstel ter implementatie van de EU-richtlijn voor project-m.e.r. 
Het wetsvoorstel is op 22 september 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. Het sorteert voor op de Omgevingswet omdat het uiterlijk 15 mei 2017 geïmplementeerd moet zijn. De wijzigingen worden via de Invoeringswet in de Omgevingswet gevoegd.

 

Wijziging Europese richtlijn voor project-m.e.r.

Nieuw is dat het milieueffectrapport door ‘bekwame deskundigen’ moet worden opgesteld en de bevoegde instantie moet beschikken over ‘voldoende expertise om het MER te onderzoeken’. Nederland heeft na definitieve vaststelling drie jaar de tijd om de richtlijn te implementeren. 

Richtlijn 2014/52/EU (16 april 2014) tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU (13 december 2011)

  

Europese richtlijn voor plannen en programma's (SMB-richtlijn)

Europese Richtlijn voor plannen en programma's (SMB-richtlijn) is op 28 september 2006 in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.

 

Guidances

De Europese Commissie heeft enkele handleidingen (guidances) uitgebracht voor de interpretatie van de Europese richtlijnen. De belangrijkste zijn:

Deze handleidingen hebben niet de status van regelgeving. In de handleidingen geeft de Europese Commissie helderheid hoe de richtlijnen moeten worden gelezen. Wel geeft ze daarbij aan dat de uiteindelijke interpretatie van het Unierecht bij het Europese Hof van Justitie ligt. Het Hof van Justitie verwijst voor de interpretatie van richtlijnen echter geregeld naar handleidingen. Geheel vrijblijvend zijn deze handleidingen dus niet.

Ook de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hecht waarde aan de guidances bij gebrek aan duidelijkheid over een begrip of uitleg van een inhoudsvereiste voor een MER:

  • ABRvS 27 juli 2011, zaaknr. 201007705/1/M2 verwijst voor de uitleg van het begrip intensieve veeteelt naar de Interpretation of project categories in the EIA Directive.
  • ABRvS 8 februari 2012, zaaknr. 201100875/1/R2 verwijst naar de Nederlandse versie van de Commission's Guidance on the implementation of Directive 2001/42/EC on the assessment of the effects of certain plans and programmes on the environment.
    De Afdeling bestuursrechtspraak geeft aan dat deze is bedoeld om de lidstaten een handleiding te verschaffen om te garanderen dat de SMB-richtlijn zo consistent mogelijk wordt geïmplementeerd en toegepast – als aanknopingspunt voor de uitleg van het begrip ‘redelijk alternatief’. Zo bevestigt de Handleiding het bepaalde in artikel 5, eerste lid, van de SMB-richtlijn dat wanneer een beslissing wordt genomen over mogelijke redelijke alternatieven allereerst moet worden gekeken naar de doelstellingen en de geografische reikwijdte van het plan of programma. Ook staat in de Handleiding dat de gekozen alternatieven realistisch moeten zijn.